De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/5.4:5.4 Conclusie
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/5.4
5.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS380013:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragrafen heb ik onderzocht wat de betekenis is van het al dan niet toerekenbaar tekortschieten voor het recht op nakoming van de schuldeiser.
In par. 5.2 zijn de gevolgen van het overmachtsverweer besproken. De conclusie was dat een door de schuldenaar met succes ingeroepen overmachtsverweer een schuldenaar niet alleen van zijn subsidiaire schadevergoedingsverplichting, maar ook van zijn primaire nakomingsvordering bevrijdt. De verhindering in de nakoming is een vast onderdeel van het overmachtsbegrip en blokkeert de uitoefening van het recht op nakoming. Indien nakoming slechts tijdelijk verhinderd is, maar na enige tijd weer mogelijk wordt al dan niet in de vorm van herstel of vervanging, vervalt het overmachtsverweer en ontstaat (opnieuw) een gehoudenheid tot nakoming.
In par. 5.3 heb ik de vraag beantwoord of de schuldenaar zich tegen een vordering tot nakoming moet kunnen verweren met de stelling dat zijn intentionele contractbreuk naar rechtseconomische maatstaven efficiënt is. Na een weergave van de belangrijkste argumenten van de aanhangers van de theorie van de efficiënte tekortkoming, die een beperking van het recht op nakoming bepleiten ten gunste van intentionele tekortkomingen, heb ik de kritiek op de theorie besproken. Zowel rechtseconomen, sociale wetenschappers en ethici bekritiseren de vooronderstellingen waarop de theorie van de efficiënte tekortkoming is gebaseerd. Het omstreden karakter van de theorie van de efficiënte tekortkoming en haar modelmatige benadering van de feitelijke wereld brachten tot mijn conclusie dat het geen aanbeveling verdient de theorie in het Nederlandse recht te introduceren. Het uitgangspunt naar geldend Nederlands recht dat de schuldenaar zich niet met succes tegen een vordering tot nakoming kan verweren met de stelling dat de tekortkoming efficiënt is, dient dan ook onaangetast te blijven.