Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.4.3:3.4.3 Verband verrijking en verarming
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.4.3
3.4.3 Verband verrijking en verarming
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS625821:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
86.
Het optreden van een verrijking en een verarming alleen is niet voldoende om van een ongerechtvaardigde verrijking te kunnen spreken. Daarvoor moet een verband tussen de verarming en een verrijking kunnen worden gelegd. Volgens Bregstein is het noodzakelijk dat het juist het verloren vermogensbestanddeel is, waaraan de verrijking te danken is. Dit betekent echter niet dat ook een causaal verband aanwijsbaar moet zijn. De enige te beantwoorden vraag is zijns inziens, of het waarde-element in het vermogen van gedaagde geïdentificeerd kan worden met het door de eiser verloren waarde-element.1 De verrijking hoeft ook niet onmiddellijk ten laste van het vermogen van de verarmde te hebben plaatsgevonden en de vermogensverschuiving kan ook optreden door tussenkomst van een derde.2 Zo kan, indien A als schuldenaar van B, een schuld van B aan C voldoet en de vordering C-B nietig blijkt te zijn, B een beroep doen op ongerechtvaardigde verrijking en zo van C schadevergoeding ontvangen.3
Mijns inziens kan deze souplesse bij het aanwijzen van het verband tussen verarming en verrijking niet worden overgenomen voor zaaksvervanging.4 Zaaksvervanging mag de rechtszekerheid niet in het geding brengen en daarom moet direct duidelijk zijn welk goed als vervangend goed kan worden aangemerkt.5 Hiervan is bijvoorbeeld sprake als één feitelijke gebeurtenis of rechtshandeling leidt tot zowel een vergroting van het vermogen van de een, als een vermindering van het vermogen van een ander. Zo vloeit bij bevoegde vervreemding door de vruchtgebruiker zowel het verdwijnen van het oorspronkelijke object als de verkrijging van de koopsomvordering voort uit dezelfde overeenkomst en leidt een blikseminslag zowel tot het tenietgaan van een woning als het ontstaan van een recht op een verzekeringsuitkering jegens de brandverzekeraar.6