De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/17.5:17.5 De gevolgen van stuiting: de klok terug of de klok stil?
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/17.5
17.5 De gevolgen van stuiting: de klok terug of de klok stil?
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS364081:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zolang in het Nederlandse stuitingsrecht nog een centrale plaats toekomt aan de stuiting door de enkele schriftelijke mededeling (art. 3:317 BW), is er eigenlijk geen alternatief voor de thans geldende regel dat de stuitingshandeling een nieuwe termijn doet aanvangen. Het Duitse en het Engelse systeem — er begint geen nieuwe termijn te lopen, de klok staat slechts stil gedurende het actieve najagen van de vordering is feitelijk niet toepasbaar, doordat de schriftelijke aanmaning of mededeling niet een zekere tij dsspanne beslaat. Zij vormen slechts een punt in de tijd. Er is dus geen `periode' gedurende welke de tijd kan stilstaan; er moet dus wel een nieuwe termijn beginnen.
De vraag is daarom noodzakelijk hypothetisch: als wij het Duitse en Engelse systeem zouden overnemen, en slechts stuitende werking toekennen aan een door de crediteur geïnstigeerd 'proces' — in de betekenis van hetzij een juridische procedure hetzij onderhandelingen — zou dan ook de Nederlandse wetgever er voor moeten kiezen de klok niet terug, maar stil te zetten? Ik meen van wel.
Daar, zoals wij hiervoor zagen, het niet mogelijk is de nadelige gevolgen van tijdsverloop voor de crediteur werkelijk af te wenden, zou er een uitgesproken belang van de crediteur moeten bestaan dat de `verjaringsrechtelijke nullificatie' van eerder tijdsverloop vordert. Ik zie dat pregnante belang niet. Zolang hij zijn vordering in of buiten rechte werkelijk najaagt kan hem niets gebeuren. Voorts is de achteruitgang van de tijd ook niet goed verenigbaar met de vooruitgang van het conflict: partijen komen er in onderhandelingen wel of niet uit. Een procedure resulteert in toe- of afwijzing van de vordering. Het is logisch dat naarmate het conflict vordert, ook de verjaringstermijn vordert.
Bijvoorbeeld: twee jaar na aanvang van de vijfjaarstermijn begint de crediteur met de debiteur te onderhandelen. Partijen onderhandelen twee jaar, zonder resultaat. Niet valt in te zin aan het einde van de onderhandeling een 'verse' vijfjaarstermijn moet gaan lopen; de crediteur zou mijns inziens slechts drie jaar moeten resten.