Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.1
5.1 Inleiding
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291130:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Indien in dit hoofdstuk wordt gesproken van een nieuwe of oude gebouwen dan omvat dit tevens de levering van gedeelte van een nieuw of oud gebouw en het bijbehorend terrein. Omwille van de leesbaarheid worden de begrippen ‘gedeelte van een gebouw’ en ‘bijbehorend terrein’ in dit hoofdstuk slechts gebruikt indien enkel het gedeelte van een gebouw respectievelijk het bijbehorend terrein wordt bedoeld.
Bij een vastgoedtransactie die kwalificeert als een overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen treedt de afnemer in de eventuele herzieningsrechten en -verplichtingen van de ‘leverancier’ (zie paragrafen 4.7 en 8.5.4.10).
Hierbij moet worden opgemerkt dat dit onderscheid uitsluitend relevant is voor lidstaten die conform het uitgangspunt van art. 135 lid 1, onderdeel j en Btw-richtlijn de levering van nieuwe gebouwen aan btw-heffing onderwerpen. Voor de 10 lidstaten - België, Cyprus, Denemarken, Luxemburg, Duitsland, Finland, Malta, Oostenrijk, Portugal en Zweden - die op grond van een overgangsregeling ook de levering van nieuwe gebouwen vrijstellen, is dit onderscheid voor de btw-heffing in beginsel niet van belang. Dit is slechts anders indien deze lidstaten bepaalde leveringen van nieuwe gebouwen belasten, zoals België doet met de levering van nieuwe gebouwen door de professionele bouwer, en/of deze lidstaten de mogelijkheid bieden om te kiezen voor de belaste levering van (bepaalde) nieuwe gebouwen, zoals in België en Portugal het geval is.
In de vorige hoofdstukken is aan de orde gekomen wanneer iemand (voor vastgoedactiviteiten) belastingplichtig is en wanneer een vastgoedtransactie door een belastingplichtige belastbaar is. Kwalificeert de belastbare vastgoedtransactie als een levering, dan komen de vrijstellingen van art. 135 lid 1, onderdelen j en k Btw-richtlijn en de uitzonderingen daarop in beeld. Hierbij zijn er twee mogelijkheden: de vastgoedtransactie kwalificeert als de levering van een (gedeelte van een) gebouw met bijbehorend terrein of de vastgoedtransactie kwalificeert als de levering van een onbebouwd terrein.1 In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de eerste mogelijkheid: de levering van een gebouw. Deze vastgoedtransactie is vrijgesteld, tenzij sprake is van de levering van een nieuw gebouw of sprake is van de levering van een oud gebouw waarbij partijen geopteerd hebben voor btw-heffing. De relevantie van het al dan niet van toepassing zijn van de vrijstelling is van belang voor het recht op btw-aftrek (en de herziening daarvan) door de leverancier. Daarnaast is btw-aftrek (en herziening daarvan) aan de zijde van de afnemer in beginsel alleen mogelijk indien de levering van het gebouw belast is.2 Is de vastgoedtransactie vrijgesteld, dan is btw-aftrek en herziening daarvan door de afnemer niet aan de orde. In onderstaande figuur is voormeld verband weergegeven tussen de ‘vrijstellingspijler’ en de andere ‘pijlers’ van de Europese btw die in dit onderzoek aan bod komen.
De opbouw van dit hoofdstuk is als volgt. In paragraaf 5.2 wordt ingegaan op de richtlijnhistorie van de vrijstelling voor de levering van oude gebouwen. Vervolgens wordt in paragraaf 5.3 ingegaan op de ratio van deze vrijstelling. In paragraaf 5.4 komt aan bod wat onder een gebouw, een gedeelte van een gebouw en het bijbehorend terrein moet worden verstaan. Daarna wordt ingegaan op de vraag wanneer een gebouw als nieuw kwalificeert (paragraaf 5.5).3 Is een gebouw niet nieuw meer, dan is sprake van een oud gebouw. Een oud gebouw kan door een verbouwing echter weer nieuw worden. Op die mogelijkheid wordt in paragraaf 5.6 ingegaan. In de paragrafen 5.7 en 5.8 wordt ingegaan op het object van levering bij koop-/aannemingsovereenkomsten en bij de (gedeeltelijke) sloop van een gebouw. Op de vrijstelling voor de levering van oude gebouwen bestaat een uitzondering: de optie voor een belaste levering. Die keuzemogelijkheid komt in paragraaf 5.9 aan de orde. Uit de richtlijnhistorie volgt dat de samenloop van de btw-heffing ter zake van de levering van gebouwen en de heffing van overdrachtsbelasting een reden was voor de vrijstelling voor de levering van oude gebouwen. In paragraaf 5.10 wordt daarom op hoofdlijnen ingegaan op de samenloop van de heffing van btw ter zake van de levering van gebouwen en de heffing van overdrachtsbelasting in Nederland. In paragraaf 5.11 wordt de balans opgemaakt en de vraag beantwoord of de huidige vrijstelling voor de levering van oude gebouwen en haar uitzonderingen wenselijk zijn.