De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/11.1.2:11.1.2 De subjectieve termijn is de belangrijkste vernieuwing ten opzichte van het oude recht
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/11.1.2
11.1.2 De subjectieve termijn is de belangrijkste vernieuwing ten opzichte van het oude recht
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS364087:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de parlementaire geschiedenis is te lezen: 'Voor de belangrijke groepen van rechtsvorderingen van de artikelen [thans 3:307 — 3:311; JLS] geldt de (...) termijn van vijf jaren, die ten opzichte van het huidige recht een aanzienlijke bekorting betekent zonder nochtans voor de praktijk al te knellend te worden.' Pari. Gesch. Inv., p. 1409.
Zie § 9.2.
Ik meen dat inderdaad de subjectieve termijn pas behoort aan te vangen als van de crediteur redelijkerwijze juridische actie verlangd mag worden. Zie nader § 21.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De introductie van subjectieve verjaringstermijn is de belangrijkste vernieuwing ten opzichte van het oude verjaringsrecht (dat kende slechts een termijn van dertig jaar), hij is met grote voorsprong de meest toegepaste verjaringstermijn, maar over zijn grondslagen is in Nederland nog weinig geschreven.1 Ik zal in dit proefschrift trachten tot nadere gedachtevorming te komen.
In feite is het belangrijkste deel van die gedachtevorming eerder in dit boek al geschied. De hele paragraaf over rechtvaardiging van verjaring in het geval van de crediteur redelijkerwijze verwacht mocht worden dat hij zijn vordering instelde,2 is in feite een pleidooi voor de subjectieve termijn. Alles wat in die paragraaf is gezegd, dient hier om maar te zeggen "als herhaald en ingelast te worden beschouwd". Samenvattend:
Aannemende enerzijds dat de subjectieve termijn begint te lopen op het moment waarop van de crediteur redelijkerwijze verwacht kan worden dat hij tot juridische actie komt3, en wetende anderzijds dat de debiteur door het stilzitten van de crediteur wordt benadeeld doordat zijn bewijs- en rechtszekerheidspositie afkalven, is de rechtvaardiging van de subjectieve termijn al min of meer gegeven: niet valt in te zien waarom de crediteur nodeloos langer dan vijf jaar ten detrimente van de debiteur op zijn recht zou mogen blijven zitten. Zo bezien, is verjaring krachtens de subjectieve termijn een vorm van gestandaardiseerde rechtsverwerking.
Hieronder wil ik aan die tamelijk abstracte overwegingen een paar op wat concreter niveau gelegen gedachten over de subjectieve termijn toevoegen. In de eerste plaats zal ik laten zien dat ook in het Engelse en Duitse recht de subjectieve termijn de kern van het verjaringsrecht vormt. In de tweede plaats zal ik proberen aannemelijk te maken dat onder het oude recht met zijn enkelvoudige dertigjaarstermijn een korte subjectieve termijn echt gemist werd. Ten slotte zal ik, niettegenstaande de uiteindelijke conclusie dat de subjectieve termijn een aanwinst is voor ons verjaringsrecht, toch ook een bedenking formuleren die men bij de subjectieve termijn zou kunnen hebben.