De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.1:3.1 Inleiding
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400777:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het vorige hoofdstuk is duidelijk geworden dat nationale uitvoeringsorganen een grote rol spelen bij de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving. De samenwerking tussen de Europese Commissie en de nationale uitvoeringsorganen hangt zodanig met elkaar samen dat van gedeeld of zelfs gemengd bestuur wordt gesproken. In dit hoofdstuk wordt bezien door welke algemene Unierechtelijke leerstukken en beginselen het gedeeld en gemengd bestuur wordt beheerst. De gemeenschappelijke noemer van de hier te bespreken algemene Unierechtelijke leerstukken en beginselen is dat zij bepalend zijn voor de doorwerking van het Eu-recht in de nationale rechtsorde dan wel deze doorwerking normeren. De te bespreken leerstukken en beginselen hebben echter in veel gevallen een breder bereik. De algemene Europese rechtsbeginselen zijn bijvoorbeeld niet alleen van toepassing op nationale uitvoeringsorganen die het Europese recht uitvoeren, maar gelden ook voor de Europese instellingen zelf.
De algemene Unierechtelijke beginselen en leerstukken die in dit hoofdstuk worden besproken zijn respectievelijk het beginsel van voorrang, het leerstuk van de doorwerking van het Eu-recht in de nationale rechtsorde, het beginsel van loyale samenwerking, de doctrine van nuttig effect, het subsidiariteitsbeginsel, de institutionele autonomie, de procedurele autonomie en de algemene Unierechtelijke rechtsbeginselen. De meeste leerstukken en beginselen zijn in de jurisprudentie van het Hof van Justitie ontwikkeld; het beginsel van loyale samenwerking en het subsidiariteitsbeginsel zijn reeds jaar en dag in de Europese verdragen opgenomen. De leerstukken en beginselen zullen met name worden besproken in het licht van hun specifieke betekenis voor de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving. Dit betekent dat de leerstukken en beginselen niet uitputtend worden behandeld; daarvoor verwijs ik naar de relevante literatuur.
In het vorige hoofdstuk is á even gerefereerd aan het feit dat nationale uitvoeringsorganen bij de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving gebruik maken van het nationale recht, voor zover er geen gemeenschappelijke Europese regels bestaan. In hoofdstuk 4 zal uitgebreid worden besproken in welke gevallen nationaal recht noodzakelijk is om de Europese subsidieregelgeving uit te voeren. Op deze plaats is het slechts van belang vast te stellen dat de meeste van de voormelde leerstukken betekenis hebben voor zowel gevallen waarin nationale uitvoeringsorganen rechtstreeks de Europese subsidieregelgeving toepassen, als gevallen waarin wordt teruggevallen op het nationale recht.