Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.3.2.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/10.3.2.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS606615:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Belastingen van rechtsverkeer / Overdrachtsbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1999/00, 27 030, nr. 3, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu de verkrijging van een aanmerkelijk belang in een ‘onroerendezaaklichaam’ is belast met overdrachtsbelasting, zou de gedachte kunnen ontstaan om aandelen te verwerven in een houdstervennootschap die een deelneming houdt in dat lichaam. Indien de holding zelf geen onroerende zaken bezit, zou een dergelijke verkrijging zonder nadere maatregelen niet belast zijn, omdat dan niet aan de ‘beziteis’ zou worden voldaan. In HR 26 november 1986, nr. 23 542, BNB 1987/129, is in dit verband beslist dat een deelneming die een lichaam in een ander onroerendezaaklichaam had, voor de beoordeling van de 70%-beziteis meetelde voor de waarde in het economische verkeer van de aandelen. De waarde van de onroerende zaken die door de aandelen werden vertegenwoordigd, werd door de Hoge Raad echter niet relevant geacht voor de vraag of de moedermaatschappij voldeed aan de 70%-eis. Sinds 28 december 2000 bepaalt art. 4 lid 4 WBR echter dat proportionele consolidatie van de activa en passiva van een deelneming moet plaatsvinden. Hiermee worden dubbeldekkerconstructies tegengegaan.1 Dit deelnemingsbegrip vervult dus eveneens een antiontgaansfunctie.