Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.2.4:17.2.4 Vertrouwen zonder grondslag in een verdrag
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/17.2.4
17.2.4 Vertrouwen zonder grondslag in een verdrag
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS459453:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eerder werd geconstateerd dat het Nederlandse strafrecht een enkele keer uitgaat van een zeker vertrouwen zonder dat daar een verdragsgrondslag voor bestaat. Het betreft artikel 552gg Sv dat eenzelfde rechtskracht toekent aan de ambtshandelingen afkomstig uit een vreemde staat als die overeenkomstige door Nederlandse ambtenaren verrichte handelingen toekomt. Dat geldt bij overname van strafvervolging, die ook verdragloos kan plaatsvinden, ongeacht de gelding van een verdrag met de betreffende staat. Het moge duidelijk zijn dat in het kader van de EU elke vorm van samenwerking, en daaraan ten grondslag liggend vertrouwen, per definitie wel een basis zal hebben in verdragsrecht, aangezien alle EU-lidstaten in elk geval het lidmaatschap van de Unie, en al hetgeen daarmee samenhangt, gemeen hebben.