Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/4.3.15.1
4.3.15.1 Algemene wetsbepaling voor het creëren van trustrechtelijke bevoegdheden bij de trustakte
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717509:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een voorbeeld waarbij de aard van de trust zich verzet betreft de situatie waarin een trust wordt ingesteld ter bescherming van antieke goederen en aan de trustee een bevoegdheid tot belegging wordt verleend. Terzijde merk ik op dat bij misbruik van een trustrechtelijke bevoegdheid door degene aan wie deze is verleend, een beroep kan worden gedaan op het bepaalde in art. 3:13 BWC.
Voor wat betreft de bevoegdheid tot aanwijzing van een begunstigde kan de Curaçaose wetgever in afwijking van het bovenvermelde ook kiezen om een specifieke bepaling in de wet op te nemen waarbij de aanwijzing van een begunstigde wordt geregeld. De wetgever kan dit gestalte geven door bijvoorbeeld vast te leggen dat de persoon anders dan de trustee aan wie een bevoegdheid tot aanwijzing is verleend, door een schriftelijke mededeling aan de trustee één of meer personen als begunstigde kan aanwijzen. Ten aanzien van de wijze waarop de uitkering dient te geschieden kan worden bepaald dat de trustee verplicht is – na overlegging van bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanwijzing heeft plaatsgevonden en de verifiëring van de identiteit van de begunstigde – om het desbetreffende goed aan de aangewezen begunstigde uit te keren nadat zijn recht op overdracht opeisbaar is geworden. Voor de vormgeving van een dergelijke bepaling kan de Curaçaose wetgever naar mijn mening inspiratie putten uit titel 7.17 BWC.
In het Curaçaose trustrecht kunnen velerlei soorten trustrechtelijke bevoegdheden worden gecreëerd, die op diverse wijzen kunnen worden vormgegeven. De aard van de trustrechtelijke bevoegdheden die in het kader van de trust worden verleend, zal veelal afhangen van de strekking van het trustverband en daarmee van de aard van de trust. De Curaçaose wetgever heeft mijns inziens echter met de invoering van het huidige art. 3:139 lid 1 BWC – waarin een aantal bevoegdheden zijn opgesomd die niet noodzakelijkerwijs corresponderen met de aard van verschillende typen trust – hiermee onvoldoende rekening gehouden. Teneinde de diversiteit van trustrechtelijke bevoegdheden in aanmerking te nemen, kan in mijn ogen in casu het beste worden gekozen voor een algemene bepaling waarin – behoudens het bepaalde in art. 3:132 BWC – wordt vastgelegd dat trustrechtelijke bevoegdheden bij trustakte in het leven kunnen worden geroepen, tenzij deze in strijd zijn met een dwingende wetsbepaling, de goede zeden of de openbare orde, en voor zover de aard van de trust zich hiertegen niet verzet.1/2
Voor wat betreft het bepaalde in art. 3:139 leden 2 en 3 BWC, dienen die leden – gelet op het feit dat de trustee te allen tijde in het belang van een (potentiële) begunstigde, dan wel het omschreven doel dient te handelen – naar ik meen een dwingendrechtelijk karakter te hebben.