Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.3.1.1:4.3.1.1 Onafhankelijkheid ten opzichte van gemeentelijke organen
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.3.1.1
4.3.1.1 Onafhankelijkheid ten opzichte van gemeentelijke organen
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bovenstaande bezwaren worden vooral gehoord als het gaat om de onafhankelijkheid van de accountant ten opzichte van een private onderneming. Ook in meer publiekrechtelijke verhoudingen speelt het onafhankelijkheidsvraagstuk. Een interessante kwestie daarbij is ten opzichte van welke gemeentelijke organen de onafhankelijkheid van de accountant moet gelden.
Het behoeft amper betoog dat deze onafhankelijkheid vooral dient te bestaan ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders. Dit college is primair verantwoordelijk voor het fmanciële reilen en zeilen binnen de gemeente. Zijn handelen en nalaten vormen het voornaamste object van de accountantscontrole. Omdat het niet wenselijk is dat de gecontroleerde al te veel invloed heeft op de controleur, kan de noodzaak van onafhankelijkheid van de accountant ten opzichte van het college van burgemeester en wethouders nauwelijks worden betwist. Dit uitgangspunt wordt in Nederland al langer gehuldigd1 en kan bijvoorbeeld al worden afgeleid uit het in paragraaf 2.1 geciteerde standpunt van de wetgever in 1927 met betrekking tot de verhouding tussen controleur en gecontroleerde, toen het ging om de vraag wie bevoegd zou moeten zijn tot aanwijzing van de eerstgenoemde.
Een andere kwestie is in hoeverre deze onafhankelijke positie ook dient te worden ingenomen ten opzichte van de gemeenteraad. De spagaat tussen de rol van de accountant als dienstverlener op contractbasis en als drager van een maatschappelijke verantwoordelijkheid speelt ook in publiekrechtelijke verhoudingen, maar is daarin vanuit een conceptueel oogpunt wellicht iets minder pijnlijk. Dit heeft te maken met de bijzondere aard van de opdrachtgever. Zoals gezegd heeft de accountant ook in zijn relatie tot een overheid een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Publiekrechtelijker uitgedrukt dient de accountant naast het belang van de opdrachtgever ook het belang van de gemeentelijke ingezetenen of — zelfs nog breder — een algemeen belang. Anders dan bij privaatrechtelijke rechtspersonen kennen de meeste van hun publiekrechtelijke tegenhangers organen waarin deze ingezetenen zijn vertegenwoordigd en waarin het algemeen belang wordt behartigd. Dogmatisch bezien conflicteert de verantwoordelijkheid ten opzichte van de publiekrechtelijke opdrachtgever daardoor niet — of in ieder geval minder — met die ten opzichte van de ingezetenen. Sterker nog: in zekere zin vallen in deze verhouding de dienstbaarheid aan de opdrachtgever en de maatschappelijke verantwoordelijkheid samen.
Toch moeten ook publiekrechtjuristen niet blind zijn voor de realiteit. Het is de vraag of een accountant al te veel moet worden geleid door een orgaan waarvan een meerderheid van de leden zich veelal politiek verbonden heeft met het primaire controleobject. Deze intern monistische verhoudingen2 zorgen ervoor dat het behouden van enige afstand tussen de accountant en de gemeenteraad niet onverstandig is.