Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.4.3
1.4.3 Praktische relevantie
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661294:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
De Rechtspraak publiceert (sinds 1999) niet al zijn uitspraken, maar hanteert selectiecriteria (zie https://www.rechtspraak.nl/Uitspraken/Paginas/Selectiecriteria.aspx). Uit Werkgroep reflectie toeslagenaffaire rechtbanken 2021, p. 56 blijkt dat van alle uitspraken in kinderopvangtoeslagzaken in de onderzochte periode slechts 1-2% is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Uitgebreid in Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken 2021, par. 6.2 over redenen waarom burgers geen rechtsmiddelen instellen.
https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/onderzoeksprojecten/rechtsgeleerdheid/grenzen-van-fiscale-soevereiniteit#wetenschappers, fiscale-transparantie (laatstelijk geraadpleegd 17 januari 2022).
Verder is dit onderzoek van belang voor de rechtspraktijk. Het onderzoek beoogt een voorstel te ontwikkelen voor de wijze waarop in het belastingrecht met door voorlichting gewekte verwachtingen moet worden omgaan. Het te ontwikkelen kader zal handvatten bevatten voor toepassing van het vertrouwensbeginsel (paragraaf 7.4).
De omvang van het probleem
Tegen deze achtergrond rijst de vraag: hoe groot is het probleem waarover dit onderzoek gaat? Hoe vaak beroept de burger zich op voorlichting? Hoe vaak gaat er in voorlichting iets fout? Het antwoord op deze vragen is: dat weet ik niet. Er ontbreken simpelweg gegevens om deze vragen adequaat te kunnen beantwoorden. De rechtspraak biedt daarop namelijk maar beperkt zicht. Ten eerste vanwege de hoeveelheid beschikbare rechtspraak; niet alle uitspraken worden gepubliceerd.1 Bovendien gaat (lang) niet elke burger in bezwaar bij de Belastingdienst en vervolgens gaat (lang) niet elke burger na een afwijzende uitspraak op zijn bezwaar naar de belastingrechter.2 Verder houdt de Belastingdienst bij mijn weten geen gegevens bij over hoe vaak sprake is van een gebrek in voorlichting of van aantallen ingediende bezwaren of klachten die specifiek betrekking hebben op aan voorlichting ontleend vertrouwen. Wel is duidelijk dát het probleem bestaat. Bovendien volgt uit de gepubliceerde rechtspraak ontegenzeggelijk dat het probleem zich met enige regelmaat voordoet (paragraaf 2.6.1) en waarschijnlijk vaker dan de gepubliceerde rechtspraak laat zien.
Om beter inzicht te krijgen in de huidige uitwerking van de toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting heb ik een onderzoek uitgevoerd in de rechtspraak op www.rechtspraak.nl (paragraaf 4.3.2.5, Annex I). Hoewel dat geen volledig of representatief beeld voor alle rechtspraak ter zake geeft, biedt het wel een onderbouwde sfeerschets: in zo’n 95% van de gevallen deden belastingplichtigen bij de rechter bij voorlichting tevergeefs een beroep op het vertrouwensbeginsel. De praktische relevantie is dus groot.
Dit onderzoek maakt deel uit van het Leidse onderzoeksprogramma ‘Grenzen van fiscale soevereiniteit’.3 Het valt binnen het deelthema ‘interne soevereiniteit’, dat is gericht op de vraag hoe normen van rechtsstatelijkheid en maatschappelijke opvattingen over het staatsoptreden de uitoefening van fiscale soevereiniteit beperken (‘begrenzen’). Ik hoop met dit onderzoek een zinvolle bijdrage te leveren aan de beantwoording hiervan op het terrein van overheidsoptreden bij de uitvoering van de voorlichtende taak van de Belastingdienst.