Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/21.1
21.1 Inleiding
prof. mr. M.J. Jacobs, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. M.J. Jacobs
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
G.J. Veerman en S. Bulut, Over experimenteer- en horizonbepalingen, Den Haag: Ministerie van Justitie 2010. Zie F.J. van Ommeren in: S.E. Zijlstra e.a., Wetgeven, Kluwer 2012, p. 165-166. Maar zie zeker ook de Aanwijzingen voor de regelgeving: nr. 2.41 en 2.42.
M.J. Jacobs, Experimentele wetgeving, Deventer: Kluwer 2018, p. 8-9 en hoofdstuk 2 en 3; E.S. Cnossen en L.L. van der Laan, Structurele experimenteergrondslagen: een blik op de wetgevingspraktijk (preadviezen voor de Nederlandse Vereniging voor Wetgeving), Den Haag: NVvW 2018, hoofdstuk 1.
Zie hierna noot 22.
L.M. Koenraad, ‘Experimenteren met het bestuursprocesrecht’, Gst. 2018/88.
N. Jak, ‘Bestuursrechtelijke rechtsbescherming jegens private aanbieders. Het sociaal domein als proeftuin’, NTB 2018/49.
Zie bijv. de preadviezen voor de Nederlandse Vereniging voor Wetgeving van 2018; Jacobs 2018; V.I. Daskalova & M. Heldeweg, Constitutionele mogelijkheden en beperkingen voor experimenteel handelen en experimentele wetgeving (Staatsrechtconferentie 2016), Oisterwijk: Wolf legal publishers 2017 en S. Ranchordas, Sunset clauses and experimental legislation: blessing or curse for innovation?, Cheltenham: Edward Elgar Publishing 2014.
Experimenteerwetgeving mag zich op dit moment in een warme belangstelling verheugen. Hoewel er al decennialang zo nu en dan experimenteerwetgeving tot stand wordt gebracht, was de heersende opinie onder (wetgevings)juristen dat er terughoudendheid moest worden betracht met dit type wetgeving.1 Recent lijkt het tij echter te zijn gekeerd. Het regeerakkoord van het kabinet Rutte III heeft daarbij wellicht als katalysator gediend, al waren er ook eerder al tekenen van een grotere behoefte aan experimenteerwetgeving.2
Deze toegenomen belangstelling voor experimenteerwetgeving doet zich inmiddels ook gevoelen met betrekking tot de algemene regels van bestuursrecht zoals die in de Awb te vinden zijn. In hun consultatiereacties op het concept van de Experimentenwet rechtspleging betogen zowel de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, als de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak dat de werkingssfeer van dit wetsvoorstel zou moeten worden uitgebreid naar de Awb.3 Ook Koenraad pleitte hiervoor in de Gemeentestem.4 Ook wordt er inmiddels gedacht aan experimenteerwetgeving met betrekking tot de geschilbeslechting in het sociaal domein.5
In deze bijdrage zal worden verkend welke ruimte de Awb nu reeds biedt voor experimenten en of er behoefte bestaat aan een of meer experimenteerbepalingen in de Awb of daarbuiten. Over experimenteerwetgeving valt veel te zeggen en de afgelopen jaren is er ook het nodige over gepubliceerd. Gelet op het thema van deze bundel en omwille van de lengte van deze bijdrage wordt in deze bijdrage uitsluitend ingegaan op experimenteren in en met de Awb.6