RBP 2022/51
Collectieve actie. Is voldoende aannemelijk gemaakt dat het voeren van de collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering?
Rb. Den Haag 06-04-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:3182
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
6 april 2022
- Magistraten
Mrs. P. Dondorp, M.A. van de Laarschot, J.L.M. Luiten
- Zaaknummer
C/09/609567 / HA ZA 21-300
- JCDI
JCDI:ADS655981:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
EU-recht / Rechtsbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2022:11457, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 09‑11‑2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:3182, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 06‑04‑2022
- Wetingang
Art. 1018b Rv; art. 3:305a BW
Essentie
Collectieve actie. Ontvankelijkheid. Gelijkwaardigheidsvereiste.
Is voldoende aannemelijk gemaakt dat het voeren van de collectieve vordering efficiënter en effectiever is dan het instellen van een individuele vordering?
Samenvatting
De vereniging Horeca Nederland heeft ter bescherming van de belangen van alle horecaondernemers in Nederland op de voet van art. 3:305a BW een collectieve actie ingesteld tegen de Staat. Zij treedt in de procedure tevens op als lasthebber van acht concrete horecaondernemers. Volgens Horeca Nederland heeft de Staat onrechtmatig gehandeld jegens horecaondernemers doordat deze ondernemers onevenredig zijn getroffen door de beperkende coronamaatregelen en zij daarvoor onvoldoende zijn gecompenseerd. Horeca ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.