Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/3.2.1
3.2.1 Wat is mededinging?
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183592:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Baarsma 2010.
Kamerstukken I 2013/14, 33622, G Nota naar aanleiding van het Verslag, p. 1-2.
Kamerstukken I 2013/14, 33622, G Nota naar aanleiding van het Verslag, p. 2.
Kamerstukken I 2013/14, 33622 E Nadere Memorie van Antwoord, p. 3.
Zie Kamerstukken I 2013/14, 33622, G Nota naar aanleiding van het Verslag, p. 1, waar het antwoord van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Concurrentie van de Europese Commissie op de wenselijkheid van een definitie is weergegeven. Het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal verwijst bij mededinging naar concurrentie. Het gaat dan om wedijver: het streven een ander te evenaren of te overtreffen.
Wat is mededinging? Dit is een logische eerste vraag die gesteld zou kunnen worden bij het in kaart brengen van de economische aspecten van het mededingingsrecht. De vraag is niet alleen van belang om een beter begrip te krijgen van het mededingingsrecht, maar laat ook zien hoe economisch het mededingingsrecht eigenlijk is. Mededinging is de pit of kern van het mededingingsrecht. Het gaat in het mededingingsrecht om de bescherming van de mededinging. Maar wat wordt daar dan mee bedoeld? Een synoniem voor mededinging is concurrentie. Bij concurrentie wordt gedacht aan wedijver of strijd. Bij concurrentie draait het om de wil om een ander te overtreffen. Bijvoorbeeld de strijd tussen supermarkten voor het grootste marktaandeel of de beste kwaliteit in producten. Mededinging is dus rivaliteit. Ook bij ondernemingen is dat zo. Baarsma spreekt treffend van ‘meedogenloze mededinging’.1 Concurrentie is inderdaad meedogenloos in die zin dat een bedrijf wordt ‘afgestraft’ als zij niet scherp (genoeg) blijft op de prijs en kwaliteit van de door haar aangeboden producten. Het valt te verwachten dat het bedrijf (na verloop van tijd) dan klanten zal kwijtraken.
In de wet is geen definitie van het begrip mededinging opgenomen. De reden daarvoor is dat mededinging een veelzijdig begrip is dat moeilijk is te vatten in één allesomvattende, juridische definitie.2 Bovendien wordt gesteld dat een definitie niet noodzakelijk zou zijn omdat door de Europese Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten nadere invulling wordt gegeven aan het begrip via de formele beschikkingspraktijk en andere instrumenten zoals groepsvrijstellingsverordeningen en richtsnoeren.3 Een omschrijving van het begrip ‘mededinging’ is daarin echter niet te vinden. De Nederlandse wetgever heeft verwezen naar deze lacune die bestaat op Europees gebied.4 Vanwege de nauwe aansluiting van de Nederlandse mededingingswet bij de Europese mededingingsregels bevat de Nederlandse Mededingingswet ook geen wettelijke definitie. Zou dat wel zo zijn, dan zou namelijk het risico kunnen bestaan dat er onbedoelde fricties kunnen ontstaan tussen de Europese en nationale mededingingsregels. Ondanks dat een wettelijke definitie ontbreekt, geef ik graag de beschrijving van het begrip mededinging weer, zoals deze in de Parlementaire Geschiedenis wordt gehanteerd. Daaruit blijkt dat het begrip mededinging of concurrentie omschreven wordt als:
‘een fundamenteel mechanisme in een markteconomie dat bedrijven aanmoedigt om goederen en diensten aan te bieden aan consumenten tegen de meest gunstige voorwaarden; het is een vorm van rivaliteit tussen ondernemingen die efficiëntie en innovatie stimuleert en tot lagere prijzen leidt en daarmee zowel ondernemingen als consumenten ten goede komt’.5
Mededinging komt dus neer op rivaliteit tussen ondernemingen. Die rivaliteit moedigt bedrijven aan om scherp te blijven op de prijs/kwaliteit verhouding van de door hen aangeboden producten. Zowel bedrijven als consumenten zouden daar dan profijt van hebben. Mededinging wordt in het opgenomen citaat ook omschreven als een fundamenteel mechanisme in een markteconomie. De vraag waarom mededinging fundamenteel is voor het functioneren van een economie komt aan bod in de volgende paragraaf waarin ik de doelstellingen van het mededingingsrecht behandel.