Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/2.1.11
2.1.11 De rechtszekerheid
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645054:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
OLG Düsseldorf 19-01-1994 11 U 45/93; OLG Karlsruhe 12-11-1987 9U 216/86; Staudinger/Stieper (2021) BGB §93, Rn 23.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §93 Rn 23.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §93, Rn 23.
Baur/Stürner (2009), p. 15.
Staudinger/Stieper (2021) BGB §93 Rn 42.
§932 BGB: “Durch eine nach §929 erfolgte Veräußerung wird der Erwerber auch dann Eigentümer, wenn die Sache nicht dem Veräußerer gehört, es sei denn, dass er zu der Zeit, zu der er nach diesen Vorschriften das Eigentum erwerben würde, nicht in gutem Glauben ist. In dem Falle des §929 Satz 2 gilt dies jedoch nur dann, wenn der Erwerber den Besitz von dem Veräußerer erlangt hatte.” In §929 staan de vereisten van eigendomsoverdracht opgesomd: “Zur Übertragung des Eigentums an einer beweglichen Sache ist erforderlich, dass der Eigentümer die Sache dem Erwerber übergibt und beide darüber einig sind, dass das Eigentum übergehen soll. Ist der Erwerber im Besitz der Sache, so genügt die Einigung über den Übergang des Eigentums.”
Staudinger/Stieper (2021) BGB §93, Rn 42.
§932 lid 2 BGB: “Der Erwerber ist nicht in gutem Glauben, wenn ihm bekannt oder infolge grober Fahrlässigkeit unbekannt ist, dass die Sache nicht dem Veräußerer gehört.”
Of een zaak na de verbinding een wezenlijk dan wel een onwezenlijk bestanddeel is, hangt van de omstandigheden van het geval af. Een inbouwkeuken die uit standaardonderdelen bestaat, is geen wezenlijk bestanddeel van het gebouw.1 De onderdelen zijn gemakkelijk los te maken en opnieuw te gebruiken op een andere plek. Daarentegen is een speciaal voor de ruimte ontworpen en gemaakte keuken, die met hoge kosten ingebouwd is wel een wezenlijk bestanddeel van het gebouw geworden.2 Hetzelfde geldt voor een sauna, een machine en een badkamerinrichting.3 Het is ondoenlijk om een algemene indeling te geven wanneer bestanddelen wezenlijk dan wel onwezenlijk zijn, omdat de feitelijke omstandigheden en de verkeersopvattingen bepalend zijn bij deze kwalificatie.
Het feit dat een zaak verschillende eigenaren kan hebben, kan problemen opleveren voor de rechtszekerheid, naast de continuïteitsgedachte, een ander belangrijk vereiste voor het zakenrecht. De rechtszekerheid brengt mee dat bijvoorbeeld een koper van een zaak ervan uit moet kunnen gaan dat hij na de overdracht eigenaar wordt van de gehele zaak en niet alleen van de wezenlijke bestanddelen. De hoofdregel luidt dan ook dat de beschikkingshandelingen in beginsel gelden voor de gehele zaak. Zo wordt de gehele zaak, inclusief haar eventuele onwezenlijke bestanddelen, bezwaard met een zekerheidsrecht. Een koopovereenkomst heeft bijvoorbeeld betrekking op de gehele eenheidszaak, dus ook op de onwezenlijke bestanddelen.4 Dit is alleen anders als de onwezenlijke bestanddelen niet toebehoren aan de vervreemder.
Krijgt een koper dan rechtsbescherming? Indien A een auto koopt van B, dan verwacht hij eigenaar te worden van de gehele auto, inclusief de motor, de banden en de radio. Maar wat als de motor van de auto toebehoort aan C? De rechtsbescherming van de verkrijger van een roerende (bewegliche) zaak wordt ingevuld door de §932 e.v. BGB.5 Daarin is opgenomen dat de verkrijger van een zaak te goeder trouw moet zijn.6 Deze regels stellen dat de koper het eigendomsrecht van de gehele auto (inclusief de motor) verkrijgt, als is voldaan aan de maatstaven van §932 e.v. BGB.7 De koper is in ieder geval niet te goeder trouw wanneer hij weet dat het onwezenlijke bestanddeel niet van de verkoper is of wanneer hij door grote onachtzaamheid (grober Fahrlässigkeit) niet weet dat de motor niet toebehoort aan de verkoper.8 Toegepast op de casus betekent §932 BGB voor koper A dat hij de eigendom van de gehele auto verkrijgt, als hij niet wist of niet behoorde te weten dat de motor van C was. De paragrafen over derdenbescherming bij roerende zaken zijn ook van toepassing wanneer een zaak een onwezenlijk bestanddeel van een onroerende zaak is. Het onwezenlijke bestanddeel is immers te beschouwen als een zelfstandige zaak.