Einde inhoudsopgave
Gedragscode Behandeling Letselschade Medische Paragraaf
Onderdeel 4 het medisch advies
Geldend
Geldend vanaf 01-01-2012
- Redactionele toelichting
De dag van de datum van publicatie is gezet op 01.
- Bronpublicatie:
15-12-2011, Internet 2012, www.deletselschaderaad.nl (uitgifte: 01-05-2012, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
01-01-2012
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-12-2011, Internet 2012, www.deletselschaderaad.nl (uitgifte: 01-05-2012, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Goede praktijken
- a.
De medisch adviseur streeft in zijn advisering naar zo groot mogelijke objectiviteit en onafhankelijkheid en neemt daarbij de voorschriften uit de voor hem geldende beroepscode in acht.
- b.
De medisch adviseur neemt geen vooringenomen standpunten in en stelt zich ten opzichte van de benadeelde en eventuele andere gesprekspartners respectvol en betamelijk op.
- c.
Het medisch advies is zakelijk, en tegelijkertijd voor een leek leesbaar en begrijpelijk.
- d.
De medisch adviseur maakt in zijn advies duidelijk onderscheid tussen feiten, beweringen en persoonlijke opvattingen.
- e.
De medisch adviseur verwerkt in zijn advisering slechts (medische) informatie die (potentieel) relevant is in het kader van de schadebehandeling en voor het goed beantwoorden van de hem gestelde vragen.
- f.
Het medisch advies en de totstandkoming daarvan is transparant en controleerbaar: (i) het advies bevat een overzicht van alle door de medisch adviseur opgevraagde en geraadpleegde informatie, (ii) het advies bevat een weergave van de aan de medisch adviseur gestelde vragen, (iii) de medisch adviseur adviseert bij voorkeur schriftelijk, en (iv) de medische adviezen waar partijen zich op beroepen worden over en weer ter beschikking gesteld.
- g.
De medisch adviseur bewaakt de grenzen van zijn vakkundigheid en deskundigheid.
- h.
Na ontvangst van het (concept) advies door de opdrachtgever, overleggen opdrachtgever en medisch adviseur desgewenst over de inhoud van dit advies, zodat eventuele onduidelijkheden kunnen worden verhelderd en eventuele nadere vragen kunnen worden gesteld.
- i.
De medisch adviseurs van beide partijen worden door hun opdrachtgevers in de gelegenheid gesteld eventuele medische verschillen van inzicht met elkaar te bespreken. Bij dit overleg binden medisch adviseurs noch zichzelf, noch hun opdrachtgevers. Medisch adviseurs rapporteren (eventueel gezamenlijk) over dit overleg aan hun respectievelijke opdrachtgevers.
Toelichting
4.1. Ongewenste polarisatie medisch adviseurs
Medisch adviseurs zijn in de loop der jaren teveel deel gaan uitmaken van het juridische strijdtoneel en mee gaan kleuren met hun opdrachtgevers. Het innemen van gekleurde standpunten leidt tot een uitbreiding van belastende discussies tussen partijen, met tijdverlies, stagnatie en meer medische expertises tot gevolg. Gekleurde standpunten passen ook niet bij de aard van de medische beoordeling en de verantwoordelijkheid van de medisch adviseur als onafhankelijk en objectief oordelend arts. Er zijn lovenswaardige initiatieven waarbij wordt geëxperimenteerd met één medisch adviseur die werkt voor beide partijen. Dat heeft de belofte van een fundamentele oplossing. Maar zolang dit nog geen gemeengoed is, moet worden aanvaard dat het niet helemaal zonder consequenties kan zijn dat de medisch adviseur werkt in opdracht van één partij. Aan het vereiste van objectiviteit en onafhankelijkheid doet dat echter niet af. Het behoort tot de kerncompetenties van de medisch adviseur om zich een weg te vinden in het spanningsveld tussen de van hem vereiste objectiviteit en onafhankelijkheid, en de dienstverlening aan zijn opdrachtgever.
4.2. Objectiviteit en onafhankelijkheid
4.2.1. Betekenis
De medisch adviseur dient dus te streven naar zo groot mogelijke objectiviteit en onafhankelijkheid. In de tuchtrechtspraak is de betekenis van de objectiviteit en onafhankelijkheid van de medisch adviseur als volgt verwoord:
‘[De medisch adviseur kan] geen verwijt […] worden gemaakt dat hij inhoudelijk een ander standpunt dan [de benadeelde] inneemt over de mogelijke (mede-) oorzaak van de door [de benadeelde] gepretendeerde schade. [De medisch adviseur] heeft de bevoegdheid om ter advisering van de civiele tegenpartij van [de benadeelde] een tegenovergesteld standpunt in te nemen. [De medisch adviseur] heeft ook het recht om het met [de benadeelde] oneens te zijn over de ernst van de aan het ongeval toegeschreven klachten en beperkingen. Deze bevoegdheid en dit recht hebben hun begrenzing. Zo dient de medisch adviseur zich in zakelijke bewoordingen uit te drukken, in het debat met de tegenpartij niet vooringenomen te zijn en voldoende respect te tonen voor de standpunten van de gesprekspartners, in dit geval [de benadeelde], zijn medisch adviseur, en de rapporteurs die zich hebben uitgesproken over [benadeelde 's] medische of psychische toestand. Ook dient de medisch adviseur objectief en onafhankelijk te oordelen en zijn uitspraken en oordelen te beperken tot het werkterrein waarop hij deskundig is. Van belang hierbij is eveneens, dat bij het op schrift stellen van stukken waarvan voorzienbaar is dat deze ook extern een betekenis kunnen hebben, gewaakt wordt voor vermenging van feiten, beweringen, persoonlijke opvattingen en (retorische) vragen. […]
[De medisch adviseur] is in de eerste plaats arts, daarnaast medisch adviseur (en geen regisseur, pleitbezorger of belangenbehartiger van de verzekeringsmaatschappij) […].’ 1.
Het bovenstaande citaat ziet weliswaar op de werkzaamheden van een medisch adviseur van een verzekeraar, maar de daarin verwoorde maatstaven gelden net zo goed voor de medisch adviseur van de benadeelde: ook voor hem geldt dat hij geen regisseur, pleitbezorger of belangenbehartiger van (de belangenbehartiger van) de benadeelde behoort te zijn. De medisch adviseur dient zoveel mogelijk afstand te houden van de belangenstrijd tussen partijen en behoort het verdedigen van partijstandpunten over te laten aan zijn opdrachtgever (de belangenbehartiger, respectievelijk de schadebehandelaar van de verzekeraar).
4.2.2. Gedragsregels
Met betrekking tot de objectiviteit en onafhankelijkheid van de medisch adviseur als partijdeskundige, kunnen uit de tuchtrechtspraak de volgende regels worden gedestilleerd: 2.
- •
De medisch adviseur mag kritisch zijn;
- •
De medisch adviseur dient zich in zakelijke bewoordingen uit te drukken;
- •
De medisch adviseur mag niet vooringenomen zijn;
- •
De medisch adviseur dient voldoende respect te tonen voor de standpunten van gesprekspartners;
- •
De medisch adviseur dient zich jegens de benadeelde respectvol en betamelijk op te stellen;
- •
De medisch adviseur dient zijn oordelen te beperken tot het werkterrein waarop hij deskundig is;
- •
De medisch adviseur dient grote terughoudendheid te betrachten bij het doen van uitspraken over het al dan niet toekennen van schadevergoeding;
- •
In medische adviezen (en andere schriftelijke stukken die externe betekenis hebben) wordt onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen, persoonlijke opvattingen en (retorische) vragen; indien de medisch adviseur in het medisch advies zijn eigen opvattingen geeft, dient hij duidelijk aan te geven waar de beoordeling van de gezondheidstoestand van de benadeelde ophoudt en zijn eigen visie begint.
Hieruit blijkt tevens dat het een kerncompetentie is van de medisch adviseur om deel te kunnen nemen aan een eventuele polemiek over de inschatting en interpretatie van medische gegevens, op een wijze waaraan een redelijke wederpartij nimmer aanstoot zal hoeven te nemen.
4.2.3. Objectiviteit en medische informatie
Ook in het kader van het verzamelen van- en de omgang met medische informatie spelen objectiviteit en onafhankelijk een belangrijke rol. De medisch adviseur dient zich allereerst objectief en onafhankelijk op te stellen bij het opvragen van medische informatie uit de behandelend sector. De medisch adviseur dient niet meer medische informatie op te vragen dan noodzakelijk is. 3. Ook bij het verwerken van medische informatie dient hij objectief en onafhankelijk te zijn. In zijn advies dient de medisch adviseur zich te beperken tot zaken die (potentieel) relevant zijn in het kader van de schadebehandeling en voor het goed beantwoorden van de hem gestelde vragen. Hij geeft geen overbodige beschouwingen. Daarbij laat de medisch adviseur evenmin relevante zaken weg en baseert hij zijn conclusies niet op onjuiste feiten, veronderstellingen of op kenbaar onvolledige gegevens. 4. Wat (potentieel) relevant is, verschilt per situatie. In individuele gevallen is het dus uiteindelijk aan de medisch adviseur om (eventueel in overleg met zijn opdrachtgever) concreet te bepalen welke medische gegevens al dan niet (potentieel) relevant zijn in het kader van de schadebehandeling. 5. Ten slotte dient de medisch adviseur zich ook objectief en onafhankelijk op te stellen bij het eventueel verstrekken van onderliggende medische informatie: hij verstrekt niet meer informatie, aan niet meer bij de schadebehandeling betrokken personen dan noodzakelijk is. Voor een nadere uitwerking van de regels en goede praktijken die gelden voor het verzamelen vanen de omgang met medische informatie, wordt verwezen naar Onderdeel 3 van deze Medische Paragraaf.
4.3. Inhoud medisch advies
4.3.1. Eisen Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) heeft expliciet geoordeeld dat aan adviezen van medisch adviseurs dezelfde eisen moeten worden gesteld als aan adviezen van (onafhankelijke) medische deskundigen:
- 1.
in het advies wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusie van het advies steunt;
- 2.
de in het advies uiteengezette gronden vinden aantoonbaar voldoende steun in de feiten, omstandigheden en bevindingen van dat advies;
- 3.
bedoelde gronden kunnen de daaruit getrokken conclusie rechtvaardigen;
- 4.
het advies beperkt zich tot de deskundigheid van de medisch adviseur; en
- 5.
de methode van onderzoek om tot beantwoording van de voorgelegde vraagstelling te komen kan tot het beoogde doel leiden en de medisch adviseur mag daarbij de grenzen van redelijkheid en billijkheid niet overschrijden. 6.
De eerste drie vereisten komen erop neer dat de medisch adviseur geen uitspraken mag doen waarvoor de medische gegevens onvoldoende basis bieden. Daarnaast dient hij zijn bevindingen te onderbouwen met toetsbare redeneringen en bij de formulering van zijn beoordeling en de onderbouwing van zijn advies uit te gaan van de huidige stand van de medische wetenschap en dient hij rekening te houden met relevante (medisch-wetenschappelijke) literatuur. Voor wat betreft de deskundigheid van de medisch adviseur wordt hier verwezen naar § 4.5.
Met betrekking tot de onderzoeksmethode en de werkwijze is van belang dat er door medisch adviseurs verschillende onderzoeksmethoden en werkwijzen kunnen worden gehanteerd. Over het algemeen zal een medisch adviseur beginnen met het verzamelen van medische informatie (die wordt ontvangen van de (belangenbehartiger van de) benadeelde of door de medisch adviseur uit de behandelend sector wordt opgevraagd), gevolgd door het bestuderen van de ontvangen medische informatie (dossieronderzoek). Eventueel aanvullend onderzoek of aanvullende werkzaamheden kunnen bestaan uit (i) het doen van literatuuronderzoek; (ii) het hebben van contact met- of het persoonlijk onderzoeken van de benadeelde (eventueel samen met de medisch adviseur van de wederpartij); 7. (iii) het hebben van overleg met of inschakelen van (onafhankelijke) (medische) deskundigen, etc. De medisch adviseur is verantwoordelijk voor het kiezen van de juiste methode van onderzoek, waarbij de methode van onderzoek om tot beantwoording van de voorgelegde vraagstelling te komen tot het beoogde doel moet kunnen leiden en de medisch adviseur de grenzen van redelijkheid en billijkheid daarbij niet mag overschrijden.
4.3.2. Rapportageformat als werkdocument
Voor wat betreft de inhoudelijke eisen die aan een medisch advies moeten worden gesteld, wordt verwezen naar bovenstaande vereisten. In de tuchtrechtspraak is daarnaast meer malen opgeroepen tot nadere normering van de werkzaamheden van de medisch adviseur in letselschadezaken, en dan met name voor wat betreft de wijze van advisering. De tuchtrechter heeft gesignaleerd dat door medisch adviseurs regelmatig op ongestructureerde wijze wordt gerapporteerd. Dit maakt medische adviezen onvoldoende toetsbaar en verhoudt zich bovendien slecht met het feit dat medische adviezen behalve een adviserende functie voor de opdrachtgever ook een externe functie hebben, aldus het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. 8. Deze oproep is mede aanleiding geweest voor het ontwikkelen van een voorbeeld voor een rapportageformat (werkdocument 4) waarmee door medisch adviseurs op uniforme wijze en meer gestructureerd kan worden gerapporteerd.
4.4. Transparantie en controleerbaarheid
4.4.1. Ter beschikking stellen van medische adviezen
De medisch adviseur is in zijn hoedanigheid van arts verplicht zich open en toetsbaar op te stellen. 9. Dit heeft consequenties voor (de inhoud van) het advies van de medisch adviseur, de wijze waarop dit advies tot stand komt en de vraag of het ter beschikking zou moeten worden gesteld aan de wederpartij.
Om met deze laatste vraag te beginnen: uit de literatuur, de (tucht)rechtspraak en de regelgeving vloeit geen duidelijk antwoord voort op de vraag of partijen elkaar over en weer inzage zouden moeten verstrekken in de adviezen van hun medisch adviseurs. Het CTG geeft geen harde regels, maar overweegt wel dat openheid wenselijk is. 10.Beginsel 9 en beginsel 12 uit de oorspronkelijke versie van de GBL 2006, en de voormalige Letselschade Richtlijn Medisch Traject schreven uitwisseling van medische adviezen voor en ook in de literatuur valt een toenemende roep om openheid in medische advisering te ontwaren. 11. Mogelijk biedt de Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp) aan de benadeelde de mogelijkheid inzage te verlangen in het medisch advies aan de verzekeraar. De lagere rechtspraak daarover is echter verdeeld: daar waar de Rechtbank Zutphen begin 2010 oordeelde dat de benadeelde op grond van artikel 35 Wbp aanspraak kan maken op inzage in de adviezen van de medisch adviseur van de verzekeraar, oordeelde de Rechtbank Utrecht eind 2010 dat deze adviezen op grond van artikel 43onder e Wbp juist van inzage zijn uitgesloten. 12. Deze kwestie is nog niet aan de Hoge Raad voorgelegd. De praktijk heeft dus alle ruimte om zelf een goede praktijk te ontwikkelen, waarvoor hierna een aanzet wordt gegeven.
Een algemeen uitgangspunt van deze Medische Paragraaf is het streven naar zoveel mogelijk transparantie in het medisch beoordelingstraject (zie hierover ook de ‘Algemene uitgangspunten’ in Onderdeel 1 en meer specifiek § 1.2). Daarvoor is cruciaal dat partijen de medische adviezen waarop zij zich beroepen over en weer ter beschikking stellen. Het uitwisselen van medische adviezen heeft veel voordelen. Allereerst maakt inzage in medische adviezen het voor de benadeelde mogelijk om na te gaan wat er met zijn medische informatie gebeurt en wat er in dat kader over hem wordt gezegd. Dit maakt het voor de benadeelde wellicht minder bezwaarlijk om medische informatie te verstrekken. Daarnaast voorkomt het uitwisselen van medisch adviezen dat opdrachtgevers de medische adviezen van hun medisch adviseur richting de wederpartij op strategische of onjuiste wijze gebruiken of vertalen, of op andere wijze denatureren. Uitwisseling van medische adviezen kan zo de kans beperken dat het debat tussen partijen aanzienlijk wordt bemoeilijkt en vertraagd. Tot slot wordt door meer openheid in medische advisering, het werk van medisch adviseurs beter toetsbaar, hetgeen een bijdrage kan leveren aan de verbetering van de kwaliteit van medische advisering.
Met openheid in medische advisering valt dus veel te winnen. Tegelijkertijd dient er binnen deze openheid in medische advisering voldoende ruimte te blijven bestaan voor ongestoorde gedachtewisseling en vertrouwelijk overleg tussen de medisch adviseur en zijn opdrachtgever. Om dit te kunnen bewerkstelligen moet worden onderscheiden tussen (i) het traject voordat het medisch advies tot stand komt en (ii) medische adviezen waarop partijen zich ter onderbouwing van hun standpunten beroepen. Het overleg en de (schriftelijke) communicatie die in het voortraject plaatsvindt tussen de medisch adviseur en zijn opdrachtgever (of andere door de opdrachtgever bij de schadebehandeling betrokken personen), moet vertrouwelijk kunnen plaatsvinden. Maar de medische adviezen waarop partijen zich over en weer jegens elkaar beroepen, moeten voor de wederpartij toegankelijk zijn. Met het oog op het begrippenkader uit voornoemde jurisprudentie inzake het inzagerecht van de benadeelde op grond van artikel 35 Wbp, kan dit vorm worden gegeven door het overleg en de (schriftelijke) communicatie in het vertrouwelijke voortraject te betitelen als ‘interne notities’ (op grond van artikel 43onder e Wbp uitgezonderd van het inzagerecht) en de (deel) adviezen van de medisch adviseur waarop de opdrachtgever zich jegens zijn wederpartij zal beroepen, te betitelen als ‘medisch advies’. 13.
4.4.2. Melding maken van geraadpleegde medische informatie en vraagstelling
In het kader van transparantie en controleerbaarheid is het verder van belang dat de medisch adviseur in zijn medisch advies melding maakt van alle door hem opgevraagde en geraadpleegde informatie. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen relevante medische informatie en irrelevante medische informatie. Over het algemeen zal de medisch adviseur de medische informatie die hij relevant acht in het kader van de schadebehandeling samenvatten en/of in zijn advies verwerken. Medische informatie die door de medisch adviseur niet relevant wordt gevonden in het kader van de schadebehandeling, zal de medisch adviseur — zoals hiervoor ook al aan de orde kwam — inhoudelijk buiten beschouwing (moeten) laten. In het kader van de transparantie en controleerbaarheid moet het voor (de medisch adviseur van) de wederpartij echter wel kenbaar zijn dat de medisch adviseur in kwestie kennis heeft genomen van die informatie. Om die reden dient de medisch adviseur óók de door hem geraadpleegde, maar irrelevant bevonden medische informatie in zijn advies te vermelden. Hierbij volstaat het weergeven van de naam en functie van de opsteller, de geadresseerde en de datum.
Als medische adviezen (standaard) worden uitgewisseld, kan op deze wijze bovendien vorm en inhoud worden gegeven aan het uitgangspunt dat (de medisch adviseurs van) beide partijen in principe over dezelfde medische informatie moeten kunnen beschikken. De medische informatie zal over het algemeen in eerste instantie worden opgevraagd door de belangenbehartiger of de medisch adviseur van de benadeelde. Door in het medisch advies melding te maken van alle opgevraagde informatie, kan voor de medisch adviseur van de verzekeraar inzichtelijk worden gemaakt over welke medische informatie de wederpartij beschikt en kan hij beoordelen of hij vindt dat hij alle relevante medische informatie heeft ontvangen of dat hij nog aanvullende medische stukken zou willen raadplegen.
Een voorbeeld: stel de benadeelde heeft knieletsel opgelopen als gevolg van een arbeidsongeval. De medisch adviseur van (de belangenbehartiger van) de benadeelde heeft medische informatie opgevraagd bij de behandelend orthopeed en uit deze informatie blijkt dat de benadeelde in de jaren voorafgaand aan het ongeval meer malen een orthopeed heeft bezocht in verband met enkelklachten als gevolg van een eerder ongeval. De medisch adviseur van de benadeelde besluit deze informatie op te vragen en concludeert na raadpleging van die informatie dat deze niet relevant is in het kader van de schadebehandeling. Hij verwerkt de inhoud van deze medische informatie dus niet in zijn medisch advies en stelt de informatie ook niet ter beschikking aan de medisch adviseur van de verzekeraar. Door wel melding te maken van deze gegevens, (‘brief van dr. A, orthopeed, aan huisarts, d.d. …’) maakt hij inzichtelijk dat hij kennis heeft genomen van deze informatie, maar dat hij deze informatie niet relevant vindt. Voor de medisch adviseur van de verzekeraar is het nu mogelijk om eventueel te besluiten deze medische informatie ook in te willen zien, om zo zelf de relevantie te kunnen beoordelen.
Daarnaast is het voor een goed begrip en de interpretatie van een medisch advies ook belangrijk dat de medisch adviseur de hem voorgelegde vraagstelling in zijn medisch advies opneemt.
4.4.3. Medisch advies steeds schriftelijk?
Het voorgaande impliceert dat medische adviezen waarop partijen zich beroepen te allen tijde op schrift gesteld moeten worden. Een medisch adviseur kan zich enkel open en toetsbaar opstellen als hij schriftelijk adviseert. Medische adviezen kunnen alleen worden uitgewisseld als zij op schrift gesteld zijn en ook voor het weergeven van alle geraadpleegde medische informatie en de aan de medisch adviseur voorgelegde vraagstelling, lijkt een schriftelijk advies te zijn vereist. Het verdient dan ook de voorkeur dat de medisch adviseur zo veel mogelijk schriftelijk adviseert. Zo maakt de medisch adviseur zijn adviezen controleerbaar en reproduceerbaar voor zichzelf, zijn opdrachtgever, zijn eventuele opvolgers en derden. Bovendien kan (weer) worden voorkomen dat de inhoud van eventuele mondelinge adviezen door de opdrachtgever wordt gedenatureerd.
Zoals in § 2.5 al aan de orde kwam — en in § 4.6 nogmaals zal worden toegelicht — is (telefonisch) overleg tussen de medisch adviseur en zijn opdrachtgever altijd mogelijk en erg belangrijk. In die zin zal medische advisering dus vaak voor een deel mondeling plaatsvinden en daar is ook niets op tegen. Medische adviezen waarop partijen zich jegens elkaar beroepen dienen echter schriftelijk te worden vastgelegd.
4.5. Vakkundigheid en deskundigheid
Het vakgebied van de medisch adviseur is breed. Enigszins vergelijkbaar met de huisarts, dient de medisch adviseur over brede generalistische kennis te beschikken. Daarnaast zal hij de nodige kennis moeten hebben van de juridische context waarbinnen hij opereert. De grenzen van het vakgebied van de medisch adviseur zijn in algemene zin moeilijk aan te geven. De schadeafwikkeling behoort in ieder geval niet tot dit vakgebied: de medisch adviseur dient grote terughoudendheid te betrachten bij het doen van uitspraken over het al dan niet toekennen van schadevergoeding. 14.
Daarnaast hebben sommige medisch adviseurs een eigen specifiek deskundigheidsgebied. De medisch adviseur kan van oorsprong bijvoorbeeld neuroloog zijn of orthopeed. Naast de steeds noodzakelijke breedte kan er op onderdelen dus ook sprake zijn van individuele diepgang. Dit maakt het eens te meer moeilijk om het deskundigheidsgebied van ‘de’ medisch adviseur in algemene zin af te bakenen. Vast staat dat de medisch adviseur een eigen verantwoordelijkheid toekomt om de grenzen van zijn vakkundigheid en deskundigheid te bewaken. De aard van zijn werkzaamheden brengt mee dat de medisch adviseur steeds bedacht moet zijn op het gevaar de reële grenzen van de eigen deskundigheid te overschrijden. Het is een kerncompetentie van de medisch adviseur om zich voor die voor de hand liggende fout te behoeden. Indien dit tot gevolg heeft dat hij bepaalde aan hem gestelde vragen niet op verantwoorde wijze kan beantwoorden, geeft hij dit duidelijk in zijn advies aan. Daar waar zijn kennis niet diepgaand genoeg is, dient hij aanvullende (specialistische) kennis in te schakelen.
4.6. Overleg
4.6.1. Overleg medisch adviseur en schadebehandelaar
Zoals in § 1.5 en § 2.5 al aan de orde kwam, is interactie tussen de medisch adviseur en zijn opdrachtgever van groot belang in het medisch beoordelingstraject. Naast overleg in het kader van de adviesaanvraag, zal er bij opdrachtgever en medisch adviseur ook vaak behoefte bestaan aan overleg naar aanleiding van het eerste (concept) advies van de medisch adviseur. Na ontvangst van dit (concept) advies moet gelegenheid bestaan voor overleg tussen opdrachtgever en medisch adviseur over de inhoud van het medisch advies, zodat eventuele onduidelijkheden kunnen worden verhelderd en eventuele nadere vragen kunnen worden gesteld.
4.6.2. Overleg medisch adviseurs onderling
De praktijk leert dat juristen over het algemeen huiverig zijn voor direct overleg tussen medisch adviseurs onderling. Ze zijn bang dat medisch adviseurs bewust of onbewust compromissen sluiten, waarbij bepaalde rechten worden prijsgegeven. Met andere woorden: opdrachtgevers zijn ervoor beducht dat hun medisch adviseurs zich buiten hun werkterrein begeven en zich in de onderhandelingen gaan mengen. Uit de expertmeetings die plaatsvonden in het kader van de totstandkoming van deze Medische Paragraaf en uit de verschillende reacties op het (concept)rapport inzake het medisch beoordelingstraject, kwam echter naar voren dat veel winst wordt gezien in directe communicatie en overleg tussen medisch adviseurs onderling. Met name medisch adviseurs zelf menen dat het medisch beoordelingstraject veel sneller en soepeler zou kunnen verlopen als zij door hun opdrachtgever in de gelegenheid worden gesteld om overleg te voeren met de medisch adviseur van de wederpartij. Artikel 5 van inmiddels vervallen Letselschade Richtlijn Medisch Traject bepaalde reeds dat direct overleg tussen de medisch adviseurs van beide partijen is geboden.
Om overleg tussen medisch adviseurs mogelijk te maken en tegelijkertijd te kunnen voorkomen dat medisch adviseurs zich (onbewust) in de onderhandelingen gaan begeven, is het van belang dat duidelijk wordt omschreven wat de medisch adviseur wél, en wat hij geacht wordt juist niet te doen. Daarom is in de goede praktijk onder i van dit Onderdeel opgenomen dat het overleg tussen medisch adviseurs medisch verschil van inzicht betreft, en dat de medisch adviseurs daarbij noch zichzelf, noch hun opdrachtgevers binden. Daarnaast kunnen de model-adviesaanvraag, inclusief de voorbeeldvraagstelling (werkdocument 2) en het rapportageformat (werkdocument 4) hier behulpzaam zijn. Aan de hand van deze documenten kan de medisch adviseur (eventueel na overleg met zijn opdrachtgever) aan de hand van een specifieke vraag of een specifiek onderwerp gericht overleg voeren met de medisch adviseur van de wederpartij.
Overleg tussen medisch adviseurs kan betrekking hebben op verschillende aspecten, waaronder bijvoorbeeld (i) het opvragen van medische informatie (welke medische informatie moet worden opgevraagd en door wie), (ii) de waardering van deze medische informatie in het kader van de schadebehandeling, (iii) de beantwoording van een specifieke door de opdrachtgevers aan hun medisch adviseur voorgelegde vraag (bijvoorbeeld naar de consistentie van de medische informatie of het percentage blijvende / functionele invaliditeit), of (iv) de inschakeling van een onafhankelijke deskundige. De opdrachtgevers zullen er belang aan hechten dat de inhoud van het overleg tussen medisch adviseurs voor hen achteraf controleerbaar is. Het moet voor hen inzichtelijk en begrijpelijk zijn op welke gronden de medisch adviseurs al dan niet tot elkaar zijn gekomen. De resultaten van het overleg tussen de medisch adviseurs moeten daarom in een (eventueel gezamenlijk) verslag worden teruggekoppeld aan de respectievelijke opdrachtgevers. Bijkomend voordeel daarvan is dat wordt weergegeven op welke punten de medisch adviseurs het eens zijn en waarover zij van mening (blijven) verschillen. Het vervolg van het medisch beoordelingstraject — bijvoorbeeld een onafhankelijk deskundigenbericht — zal zich kunnen richten op de punten waarover de medisch adviseurs van mening blijven verschillen of ten aanzien waarvan zij over onvoldoende specialistische kennis beschikken.
4.7. Nauwe samenwerking in het medisch beoordelingstraject: toekomstmuziek?
Bij deze Medische Paragraaf horen een aantal instrumenten en werkdocumenten waarmee wordt beoogd het medisch beoordelingstraject soepeler en sneller te laten verlopen. Deze instrumenten en werkdocumenten zullen in eerste instantie door beide partijen afzonderlijk worden gebruikt: de belangenbehartiger en de schadebehandelaar van de verzekeraar zullen hun medisch adviseurs ieder voor zich de door hun noodzakelijk geachte achtergrondinformatie aanleveren en de bij hen levende vragen stellen, de medisch adviseurs zullen vervolgens beoordelen welke medische informatie zij nodig hebben om te kunnen adviseren en de hen gestelde vragen te kunnen beantwoorden, en zullen uiteindelijk hun opdrachtgevers afzonderlijk van elkaar adviseren.
Verdergaande samenwerking tussen partijen en hun medisch adviseurs zou in verschillende fasen van het medisch beoordelingstraject een positieve bijdrage kunnen leveren. Een eerste stap kan zijn dat de belangenbehartiger en de schadebehandelaar — nadat zij hebben besloten behoefte te hebben aan een medisch beoordelingstraject — met elkaar in overleg treden over wat zij precies van hun medisch adviseurs willen weten (een concrete vraagstelling) en welke achtergrondinformatie de medisch adviseurs in dat kader nodig hebben. Als beide medisch adviseurs over dezelfde achtergrondinformatie beschikken en dezelfde vragen voorgelegd krijgen, kunnen zij vervolgens overleggen over de vraag welke medische informatie moet worden opgevraagd en uitgewisseld (en door wie). Tijdens de expertmeetings is de verwachting uitgesproken dat met name overleg en openheid met betrekking tot het opvragen en de uitwisseling van medische informatie een groot aantal knelpunten in het medisch beoordelingstraject op zou kunnen lossen. Als de medisch adviseurs vervolgens op basis van dezelfde vraagstelling (werkdocument 2) en hetzelfde rapportageformat (werkdocument 4) adviseren (en deze adviezen worden uitgewisseld), wordt eenvoudig duidelijk op welke punten zij het eens zijn en op welke punten niet. Een dialoog tussen medisch adviseurs zou heel goed kunnen leiden tot volledige overeenstemming over de beantwoording van de vragen, maar als dit niet het geval is zal een onafhankelijk deskundigenbericht zich kunnen beperken tot de punten waarover de medisch adviseurs van mening verschillen of ten aanzien waarvan zij over onvoldoende specialistische kennis beschikken. De samenwerking van partijen kan zich natuurlijk ook altijd beperken tot één of enkele van deze aspecten (bijvoorbeeld uitsluitend overleg over het opvragen en uitwisselen van medische informatie).
Een nog verdergaande vorm van samenwerking tussen partijen in het medisch beoordelingstraject betreft het werken met één onpartijdige medisch adviseur. 15. Zoals gezegd, wordt daarmee inmiddels ook geëxperimenteerd. Op het moment van het vervaardigen van deze Medische Paragraaf waren er nog geen resultaten van deze pilots bekend. Het werken met één medisch adviseur is uiteraard de meest fundamentele oplossing van het probleem dat de medisch adviseur onderdeel kan worden van het juridische steekspel. De medisch adviseur treedt niet meer op als partijdeskundige en zijn rol en positie zijn te vergelijken met die van de onafhankelijk medisch deskundige, die door partijen gezamenlijk of eventueel in een later stadium door de rechter, wordt ingeschakeld. Het overgrote deel van de knelpunten in het medisch beoordelingstraject kan op deze manier worden aangepakt. Daarom verdienen deze pilots alle steun. Toch is een aantal kanttekeningen bij deze werkwijze te plaatsen. Zo kan partijen nimmer het recht worden ontzegd zich desgewenst toch ook door een eigen medisch adviseur te laten adviseren. Een benadeelde kan ook nadrukkelijk behoefte hebben aan een eigen medisch adviseur. Gelet op de onvermijdelijke belangentegenstelling tussen partijen kan het voor een medisch adviseur ook moeilijk zijn om beide perspectieven in het oog te houden. Verder weten twee medisch adviseurs vaak meer dan één. Een alternatief voor het werken met één medisch adviseur, is om de medisch adviseurs van beide partijen een gezamenlijk advies uit te laten brengen.
4.8. Groeimodel
Hetgeen in § 2.6 is toegelicht met betrekking tot de adviesaanvraag, geldt ook voor het medisch advies als zodanig. Er zullen zich vaak verschillende momenten in de schadebehandeling voordoen waarop de medisch adviseur een medisch advies uitbrengt (ook dit kan zowel schriftelijk, per e-mail, telefonisch, etc.). Als er in de loop van het medisch beoordelingstraject nieuwe medische informatie beschikbaar komt of er zich andersoortige relevante nieuwe feiten of omstandigheden voordoen, zal de opdrachtgever over het algemeen behoefte hebben aan (aanvullend) advies van zijn medisch adviseur.
Het is niet de bedoeling van het rapportageformat (werkdocument 4) om alle vormen van medische advisering in een vast sjabloon te gieten. In de meeste zaken zal stapsgewijs, aan de hand van verschillende (en vaak opeenvolgende) vragen aan de medisch adviseur en overleg tussen medisch adviseur en opdrachtgever, worden toegewerkt naar een (of soms meer) medische adviezen conform het rapportageformat. Dit maakt dat het rapportageformat — evenals de modeladviesaanvraag (werkdocument 2) — moet worden beschouwd als groeimodel: het uitgebrachte medisch advies zal vaak worden aangevuld (ofwel in hetzelfde document ofwel in aanvullende documenten) naarmate het medisch beoordelingstraject vordert en er meer medische informatie beschikbaar komt en/of er aanvullende vragen rijzen. De wijze waarop opdrachtgevers en hun medisch adviseurs dit groeiproces precies vorm geven staat hen vanzelfsprekend volledig vrij.
Voetnoten
RTG Amsterdam 26 mei 2009, 08/030 en 08/028. Ondanks dat de klacht in de eerste zaak door het CTG alsnog ongegrond is verklaard (CTG C2009.0228) en het CTG de medisch adviseur in de tweede zaak een waarschuwing heeft opgelegd (het RTG had in eerste instantie een berisping opgelegd) (CTG C2009.229), blijft de door het RTG geformuleerde omschrijving van de objectiviteit en onafhankelijkheid van de medisch adviseur als zodanig zeer bruikbaar.
CTG 19 juli 2007, 2006.026, CTG 24 februari 2009, 2008.075, CTG 24 februari 2009, 2007.376 en 2007.368 en RTG Amsterdam 26 mei 2009, 08/030 en 08/028.
Zie paragraaf 3.12 van de KNMG Richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens (Gegevensverstrekking in het kader van letselschade en private schadeverzekering), p. 37.
Deze eis van volledigheid beperkt zich tot de (medische) gegevens waarvan de medisch adviseur het bestaan kent of behoort te kennen. Met de eis van volledigheid wordt tot uitdrukking gebracht dat de medisch adviseur niet op selectieve wijze (medische) gegevens weer mag geven of weg mag laten (zie hiervoor bijvoorbeeld CTG 29 maart 2001, 1997.273 en RTG Zwolle 1 november 2007, 2006/174).
De vraag welke medische informatie (potentieel) relevant is in het kader van de schadebehandeling is niet eenvoudig te beantwoorden. Dit verschilt per stadium in het medisch beoordelingstraject en is voor een groot deel ook een kwestie van inschattingen waarover partijen (en dus ook hun medisch adviseurs) van mening kunnen verschillen. Welke medische informatie uiteindelijk relevant is en dus ook daadwerkelijk zal worden meegenomen in het kader van de schadebegroting, kan dus niet bij voorbaat worden aangegeven. Zie voor een uitgebreide toelichting op deze problematiek het rapport ‘Inventarisatie bestaande normering, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen’ (2010), paragraaf 4.2 (noot l).
CTG 24 februari 2009, 2007.367 en 2007.368.
Uit de tuchtrechtspraak blijkt dat persoonlijk onderzoek niet noodzakelijk is als de medisch adviseur over voldoende medische informatie beschikt om de gezondheidstoestand van de betrokkene te kunnen beoordelen (CTG 24 augustus 2004. 2004.34 en RTG Eindhoven 10 november 2005, nr. 03115). De vraag of persoonlijk onderzoek van de benadeelde noodzakelijk is, hangt derhalve samen met het karakter van het onderzoek en de reikwijdte van de uitspraken die de medisch adviseur over de betrokkene wenst te doen. Als de medisch adviseur de betrokkene niet onderzoekt, moet hij er wel alert op zijn dat hij zich beperkt tot uitspraken die hij op basis van het medisch dossier daadwerkelijk kan doen.
Zie o.a. CTG 19 juli 2007, 2006.026.
Zie over dit onderwerp ook het rapport ‘Inventarisatie bestaande normering, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen’ (2010), hoofdstuk 20 (noot l).
CTG 19 juli 2007, 2006/026.
Beginsel 12 onder k GBL 2006: ‘Het medisch advies van de medisch adviseurs en het expertiserapport van de expert is in afschrift beschikbaar voor de andere partij, tenzij het slachtoffer dat niet wenst (blokkeringsrecht)’ en artikel 3 Letselschade Richtlijn Medisch Traject: ‘Medische adviezen waar belangenbehartigers en schadebehandelaars zich op beroepen dienen op schrift gesteld te zijn en in afschrift beschikbaar te zijn voor elkaar’. Literatuur: het rapport ‘Inventarisatie bestaande normering, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen’ (2010), hoofdstukken 12 en 20 en J.P.M. Simons, ‘Personenschade en toepassing van de Wbp: kans of bedreiging?’, TVP 2010, nr. 2, p. 42–48.
Rechtbank Zutphen 8 oktober 2009 (LJN BK4206), TvGR 2010/13 (m.nt. A Wilken), Rechtbank Zutphen 29 januari 2010 (LJN BL1743) TvGR 2010/14 (m.nt. A Wilken) en Rechtbank Utrecht 17 november 2010 (LJN BO5222), TvGR 2011/15. Zie over deze uitspraken ook: A. Wilken, ‘Artikel 35 Wbp: wel of geen inzage in de adviezen van de medisch adviseur van de verzekeraar’, TvGR 2011 nr. 3, p. 188–198.
Zie in deze zin ook J.P.M Simons in zijn noot bij Rechtbank Utrecht 17 november 2010 (LJN B05222), JA 2011/50.
RTG Den Haag 13 april 2004, 2003 T 80 en CTG 19 juli 2007/2006.026.
Zie over dit verbeterinitiatief ook het rapport ‘Inventarisatie bestaande normering, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen’ (2010), § 24.4.4 (Pilot met één onpartijdige medisch adviseur), p. 217–218.