Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 577
EHRM, 20-04-2006, nr. 42780/98
EHRM 20-04-2006, ECLI:CE:ECHR:2006:0420JUD004278098
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
20 april 2006
- Magistraten
Rozakis, Lorenzen, Vajić, Botoucharova, Kovler, Steiner, Hajiyev
- Zaaknummer
42780/98
- LJN
AX7785
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2006:0420JUD004278098, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 20‑04‑2006
- Wetingang
EVRM art. 6
Essentie
I.H. e.a. tegen Oostenrijk.
Schending van art. 6 lid 3 onder a en b jo art. 6 lid 1.
Klagers zijn aangeklaagd voor verkrachting middels het gebruik van geweld, maar worden veroordeeld voor verkrachting middels het gebruik van zwaar geweld, welk delict een hogere strafbedreiging kent. Op geen enkel moment in de procedure is klagers te kennen gegeven dat zij veroordeling voor dit feit riskeerden. Aangezien zij geen gelegenheid hebben gehad om zich in de procedure voldoende tegen de nieuwe aanklacht te verdedigen omdat het Oostenrijkse Supreme Court zelf niet alle feiten kon vaststellen, bood deze instantie klagers onvoldoende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.