Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 540
Faillissementsaanvrage. Summierlijk blijken van vorderingsrecht aanvragers. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Verwerping cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
HR 02-06-2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2663
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 juni 2006
- Magistraten
Mrs. H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven
- Zaaknummer
R05/164HR
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AV2663
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2006:AV2663, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑06‑2006
ECLI:NL:HR:2006:AV2663, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑06‑2006
Essentie
Faillissementsaanvrage. Summierlijk blijken van vorderingsrecht aanvragers. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Verwerping cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
[Verzoekster], gevestigd te [vestigingsplaats], verzoekster tot cassatie, adv. mr. drs. R.A. van der Hansz,
tegen
- 1.
[Verweerder 1], wonende te [woonplaats],
- 2.
[Verweerder 2], wonende te [woonplaats],
verweerders in cassatie, adv. mr. R.F. Thunnissen.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 5 oktober 2005 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift hebben verweerders in cassatie — verder te noemen: [verweerder] c.s. — zich gewend tot die ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.