NJ 2025/244
Overheidsprivaatrecht. Bevoegdheidsverdeling burgerlijke rechter en bestuursrechter. Art. 112 lid 1 Gw; aanvullende rechtsbescherming burgerlijke rechter; instellen beroep bij bestuursrechter misbruik van procesrecht?
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:560, m.nt. L.A.D. Keus
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/00491
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Noot
L.A.D. Keus
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25049:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:560, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1406, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Overheidsprivaatrecht. Bevoegdheidsverdeling burgerlijke rechter en bestuursrechter. Art. 112 lid 1 Gw; aanvullende rechtsbescherming burgerlijke rechter; instellen beroep bij bestuursrechter misbruik van procesrecht?
Samenvatting
In dit kort geding vorderen GEM c.s. de Stichting te gebieden haar beroep tegen de beslissing op bezwaar in te trekken. Daaraan leggen zij ten grondslag dat de Stichting met het instellen van dat beroep misbruik van (proces)recht maakt en onrechtmatig jegens hen handelt. De burgerlijke rechter is op grond van art. 112 lid 1 Grondwet bevoegd om van alle geschillen betreffende burgerlijke rechten kennis te nemen. Wanneer een andere rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.