Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.3.2.2.2
14.3.2.2.2 Beboetbare overtredingen AWR
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498248:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Vakstudie Alg. Deel, aant. 1.4 bij art. 67e AWR.
Lid 6 bepaalt dat voor zover de aanslag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op belastbaar inkomen als bedoeld in art. 5.1 van de Wet IB 2001 (= belastbaar inkomen uit sparen en beleggen), bedraagt de boete, in zoverre in afwijking van het eerste lid, ten hoogste 300% van de daarover verschuldigde belasting zoals deze bij de aanslag is vastgesteld.
Hier zij opgemerkt dat het niet voldoen aan de verplichtingen opgelegd in art. 47b, lid 1 AWR, niet leidt tot formele sancties. De redactie van de Vakstudie Alg. Deel, aant. 16 bij art. 47b, wijst erop dat de sanctie zal zijn dat de inspecteur niet ingaat op het verzoek van de belastingplichtige om hem een burgerservicenummer toe te kennen of om het al toegekende nummer aan hem bekend te maken.
In hoofdstuk VIIIa van de AWR zijn verschillende boetes vastgelegd in verband met het niet nakomen van de in die wet vastgelegde aangifte-, informatie en betalingsverplichtingen. Voor deze studie zijn vooral van belang de verzuim- en vergrijpboetes die zijn gesteld op de niet-nakoming van de aangifteplicht in art. 6 e.v. AWR en de bijkomende (informatie)verplichtingen in art. 47 e.v. AWR. Ik laat de boetes die zijn gesteld op de niet-nakoming van betalingsverplichtingen dan ook buiten beschouwing.
Het terminologische onderscheid tussen verzuim- en vergrijpboetes is typisch voor het fiscaal boeterecht. Sinds de invoering van de Vierde tranche Awb worden in het bestuurlijk boeterecht alle beboetbare gedragingen als overtreding aangemerkt (art. 5:1, lid 1 Awb).1
a. Boetes betreffende de fiscale aangifteplicht
Verzuimboetes
In art. 67a, lid 1 AWR is vastgelegd dat, indien de belastingplichtige de aangifte voor een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven niet, dan wel niet binnen de ingevolge art. 9, lid 3 gestelde termijn heeft gedaan, dit een verzuim vormt ter zake waarvan de inspecteur hem, uiterlijk bij de vaststelling van de aanslag, een bestuurlijke boete van ten hoogste € 4.920 kan opleggen.
In art. 67b, lid 1 AWR is vastgelegd dat, indien de belasting- of inhoudingsplichtige de aangifte voor een belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, dan wel niet binnen de in art. 10 AWR bedoelde termijn heeft gedaan, dit een verzuim vormt ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 123 kan opleggen. Lid 2 bepaalt dat indien de inhoudingsplichtige de aangifte loonbelasting niet, niet binnen de in art. 10 bedoelde termijn, dan wel onjuist of onvolledig heeft gedaan, dit in afwijking van het eerste lid een verzuim vormt ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1.230 kan opleggen.
Vergrijpboetes
Bij de vergrijpboetes staat het bestraffende karakter voorop. Of bij deze boetes ook het ontnemen van het met grove schuld of opzet verkregen voordeel voorop staat, zoals de redactie van de Vakstudie meent2, is mijns inziens te betwijfelen. Daarvoor is immers de fiscale correctie bedoeld.
In art. 67d lid 1 AWR is vastgelegd dat indien het aan opzet van de belastingplichtige is te wijten dat met betrekking tot een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven, de aangifte niet, dan wel onjuist of onvolledig is gedaan, dit een vergrijp vormt ter zake waarvan de inspecteur hem, gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag, een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100% van de grondslag voor de boete. Lid 2 bepaalt dat deze grondslag voor de boete wordt gevormd door het bedrag van de aanslag, dan wel indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, het bedrag waarop de aanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen; een en ander voor zover dat bedrag als gevolg van de opzet of de grove schuld van de belastingplichtige niet zou zijn geheven.3
Ik wijs hier ook op de vergrijpboete bij navordering van art. 67e AWR. Naast het doen van een onjuiste aangifte en het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens zijn er meer mogelijkheden waarbij het aan opzet of – in afwijking van art. 67d – grove schuld van de belastingplichtige kan worden geweten dat te weinig belasting is geheven. Daarom voorziet de tekst van art. 67e ook in de mogelijkheid om een boete op te leggen indien het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige te wijten is dat anderszins te weinig belasting is geheven.
b. Boetes betreffende de bijkomende (informatie)verplichtingen
Voor wat betreft de (bestuurlijke) boetedreiging vanwege de niet-nakoming van de bijkomende (informatie)verplichtingen in afdeling 2, hoofdstuk VIII van de AWR, kan enkel worden gewezen op het per 1 januari 2010 ingevoerde art. 67ca, lid 1, onderdeel a AWR. Daarin is vastgelegd dat degene die niet voldoet aan de verplichting hem opgelegd bij of krachtens art. 43, 44, 47b, lid 2, 49, lid 2, en 50, lid 1 AWR, een verzuim begaat ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 4.920 kan opleggen.4