RI 2011/79
Faillietverklaring. Kan een ‘bevoorrechte’ schuldeiser op grond van art. 242 Fw. intrekking van de surseance van betaling en het opvolgende faillissement vorderen? (Agrenco Netherlands N.V./Credit Suisse Brazil (Bahamas) Limited )
HR 13-05-2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ1128 (Agrenco/Credit Suisse c.s.,Agrenco Netherlands/Credit Suisse Brazil)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 mei 2011
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel
- Zaaknummer
10/05600
- Conclusie
A-G Timmerman
- LJN
BQ1128
- Roepnaam
Agrenco/Credit Suisse c.s.
Agrenco Netherlands/Credit Suisse Brazil
- JCDI
JCDI:ADS909036:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Insolventierecht / Surseance van betaling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BQ1128, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑05‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ1128, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑03‑2011
- Wetingang
Fw art. 242
Essentie
Intrekking surceance van betaling. Faillietverklaring.
Kan een ‘bevoorrechte’ schuldeiser op grond van art. 242 Fw intrekking van de surseance van betaling en het opvolgende faillissement vorderen?
Samenvatting
Agrenco N.V. is een houdstermaatschappij; haar activa bestaan hoofdzakelijk uit vorderingen op dochtermaatschappijen en aandelen in die dochtermaatschappijen, die met name in Brazilië zijn gevestigd. Aan Agrenco N.V. is voorlopig surseance van betaling verleend. Op 10 november 2010 vindt de behandeling van de definitieve verlening van de surseance van betaling plaats. De rechtbank besluit tot aanhouding van de definitieve verlening van de surseance van betaling tot 16 december 2010, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.