De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.4:4.6.4 Het 'eigen recht' tegen het waarborgfonds
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.6.4
4.6.4 Het 'eigen recht' tegen het waarborgfonds
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393592:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Opvallend is de van art. 18 afwijkende terminologie: zich wenden tot is een weinig 'juridisch' aandoende formulering, terwijl 'een vordering instellen' duidelijker maakt wat - ongetwijfeld de ware bedoeling is. De Richtlijn is wel vaker weinig consequent en precies in zijn bewoordingen (evenals haar voorgangers waarvan zij in wezen niet meer dan de compilatie is), een van de belangrijkste redenen waarom de interpretatie ervan vaak problemen meebrengt.
Zie nader par. 5.5.10.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Richtlijn bepaalt in art. 10 lid 2 dat de benadeelde zich in ieder geval rechtstreeks tot het waarborgfonds kan wenden. De bewoordingen van de Richtlijn zijn niet bijzonder helder maar onder 'zich kunnen wenden tot' moet toch zonder twijfel worden verstaan: een aanspraak in rechte geldend maken.1
Afhankelijk van de vraag of de vordering op het waarborgfonds als een civielrechtelijke of een administratiefrechtelijke wordt gezien, zal hier de burgerlijke dan wel de bestuursrechtelijke rechtsgang moeten worden gevolgd. De Richtlijn staat beide wegen toe en de nationale wetgever zal hierin moeten voorzien.
Lang voordat de 4e Richtlijn de gemotiveerd-antwoordprocedure introduceerde, bepaalde de 2e Richtlijn reeds dat het waarborgfonds op een verzoek om schadevergoeding een met redenen omkleed antwoord geeft. Anders dan in het kader van de vordering op de verzekeraar, het Bureau en de schaderegelaar, bepaalt de Richtlijn niet dat dit gemotiveerde antwoord binnen een bepaalde termijn moet worden verstrekt.
Er valt voor te pleiten een dergelijke termijn wel op te nemen. Niet valt in te zien waarom ook een waarborgfonds niet zou kunnen worden verplicht de benadeelde binnen een redelijke termijn te antwoorden.2