Einde inhoudsopgave
RvdW 2014/617
Bewijsklachten en overschrijding redelijke termijn in cassatie. HR: art. 80a RO. Strafprocesrecht (art. 80a RO).
HR 08-04-2014, ECLI:NL:HR:2014:866
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 april 2014
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, J. de Hullu, V. van den Brink
- Zaaknummer
13/00727
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:866, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑04‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:267, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑03‑2014
Essentie
Bewijsklachten en overschrijding redelijke termijn in cassatie. HR: art. 80a RO. Strafprocesrecht (art. 80a RO).
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2013, nummer 23/002124-11, in de strafzaak tegen: [verdachte]. Adv. mr. R. Pothast, te Amsterdam.
Conclusie
Conclusie A-G mr. E.J. Hofstee:
1.
Het cassatieberoep richt zich tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2013. Namens verzoeker is tijdig een schriftuur houdende drie middelen van cassatie ingezonden.
2.
Het tweede middel klaagt tevergeefs dat het Hof in zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.