NJ 2025/302
Belaging. Art. 285b lid 1 Sr. Heeft de verdachte ‘stelselmatig’ inbreuk gemaakt op persoonlijke levenssfeer van aangeefster, de ex-partner?
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1557
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/02367
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD33312:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1557, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:924, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
- Wetingang
Art. 285b lid 1 Sr
Essentie
Belaging. Art. 285b lid 1 Sr. Het oordeel van het hof dat de verdachte ‘stelselmatig’ inbreuk heeft gemaakt op persoonlijke levenssfeer van aangeefster, zijn ex-partner, is noch onjuist noch onbegrijpelijk. CAG: anders.
Samenvatting
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het tenlastegelegde voor zover deze inhoudt dat de verdachte stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.
Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b lid 1 Sr zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.