Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.4.6:6.4.6 Gevolgen van de aantasting van een LBO
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.4.6
6.4.6 Gevolgen van de aantasting van een LBO
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402357:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Opmerkelijk genoeg kan een succesvolle aantasting van een LBO met een beroep op fraudulent transfer law tot verschillende resultaten leiden. De meerderheid van de curatoren beroept zich op de fraudulent transfer-regels om de betalingen aan de aandeelhouders die in het kader van de LBO hun aandelen hebben vervreemd, terug te draaien. De gelden die aan de verkopende aandeelhouders zijn betaald, vormen immers het vermogen dat (via de acquisitievennootschap) aan de doelwitvennootschap is onttrokken. Andere curatoren richten zich veeleer op de financierende banken; zij trachten de door de vennootschap gevestigde zekerheden ten behoeve van de acquisitiefinanciering te vernietigen.1 Sommige curatoren gaan voor beide ankers liggen, omdat beide opties het verhaal van de ongesecureerde crediteuren ten goede komen. In de juridische literatuur en rechtspraak wordt onderkend dat niet duidelijk is wanneer het eerste of tweede gevolg moet intreden. Een Bankruptcy Court in New York overwoog daarom in 1994: “One of the murkiest areas of fraudulent transfer law as applied to LBOs is what remedy to apply when the plaintiff prevails.”2