Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.5.2:4.5.2 Handhaving van mededingingsrecht onder Verordening 1/2003
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.5.2
4.5.2 Handhaving van mededingingsrecht onder Verordening 1/2003
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579948:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een bespreking van Verordening 1/2003 onder meer Vogelaar 2003, p. 21-27.
Zippro 2005a, p. 181.
Art. 15 lid 1 en lid 3 Verordening 1/2003.
Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de rechterlijke instanties van de EU-lidstaten bij de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PbEU 2004, C 101/54.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2004 is de handhaving van het mededingingsrecht gedecentraliseerd met de invoering van Verordening 1/2003.1 Men koos in plaats van een machtigingssysteem voor een systeem van wettelijke uitzonderingen met controle achteraf. Grootste verandering ten opzicht van de oude situatie is dat de bevoegdheid om artikel 81 lid 3 EG toe te passen aan de nationale mededingingsautoriteiten én de nationale rechters toekomt. Het monopolie van de Commissie om individuele ontheffingen te verlenen op grond van artikel 81 lid 3 EG (het machtigingssysteem) is onder het regime van verordening 1/2003 verdwenen.
De Commissie zag met de invoering van Verordening 1/2003 meer ruimte voor handhaving op verschillende niveaus. Deze ontwikkeling valt te plaatsen in een meer algemene trend waarin rechtshandhaving in toenemende mate plaats vindt op verschillende niveaus die nauw met elkaar verweven zijn.2
De nationale rechterlijke instanties vervullen volgens punt 7 van de preambule van Verordening 1/2003 'bij de toepassing van de communautaire mededingingsregels een wezenlijke taak. Zij beschermen de uit het Gemeenschapsrecht voortvloeiende subjectieve rechten door geschillen tussen particulieren te beslechten, met name door aan de slachtoffers van inbreuken schadevergoeding toe te kennen.' Verordening 1/2003 ondersteunt deze taak van de nationale rechterlijke instanties door het onder meer mogelijk te maken dat nationale rechters inlichtingen en advies kunnen vragen bij de Commissie. De Commissie en de mededingingsautoriteiten van de lidstaten kunnen tevens eigener beweging als amicus curiae optreden voor de nationale rechter (zie hoofdstuk 5).3 Als gevolg van Verordening 1/2003 zijn wijzigingen doorgevoerd in de Mededingingswet (artikel 89i Mw) en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 44a Rv en artikel 67 Rv). De nieuwe SamenwerkingsMededeling die door de Commissie is gepubliceerd, zal de burgerlijke rechter behulpzaam zijn bij zijn zoektocht door het Europees mededingingsrecht (zie § 5.4.9).4 Dit alles wil nog niet zeggen dat de positie van de burgerlijke rechter bij de handhaving van het mededingingsrecht ook daadwerkelijk prominenter is geworden.