Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/14.5:14.5 Bron 'inkomsten uit vermogen' nader beschouwd
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/14.5
14.5 Bron 'inkomsten uit vermogen' nader beschouwd
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS457768:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals uit hoofdstuk 13 is gebleken, is de bron 'inkomsten uit vermogen' per 1 januari 1997 nagenoeg ongewijzigd gebleven. De wijzigingen zijn beperkt gebleven tot enkele noodzakelijke aanpassingen om de bron 'inkomsten uit vermogen' te stroomlijnen met de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling (zie hoofdstuk 13). Aangezien het gemiddeld op de (desbetreffende) aandelen gestorte kapitaal aldus nog steeds relevant is in de bron 'inkomsten uit vermogen' hebben de agio(-oppomp)- en turboconstructies in beginsel hun belang behouden. Voorts gelden in de bron 'inkomsten uit vermogen' nog steeds uiteenlopende tarieven voor de diverse opbrengsten van aandelen en winstbewijzen, zij het dat het 45%-tarief voor inkoop van eigen aandelen door de vennootschap wel is vervallen, zodat ook de holding- en kasgeldconstructies in beginsel dus nog steeds lucratief zijn. Overigens zullen de genoemde figuren in de praktijk in veel gevallen geen begaanbare weg blijken te zijn.
In het kader van het stroomlijnen van de bron 'inkomsten uit vermogen' met de bron 'winst uit aanmerkelijk belang' is mijns inziens verzuimd in art. 25, achtste lid, Wet IB een vergelijkbare sfeerovergangsmaatregel te treffen als in art. 31, derde lid, Wet IB voor de situatie waarin de winstbewijzen tot een aanmerkelijk belang gaan behoren. Alsdan dient geen heffing wegens inkomsten uit vermogen plaats te vinden over de waarde in het economische verkeer van de winstbewijzen als deze bij de verkrijger tot een aanmerkelijk belang gaan behoren. Hierbij behoort mijns inziens geen onderscheid te worden gemaakt tussen winstbewijzen die door tijdsverloop in waarde dalen, de zgn. tijdelijke winstbewijzen, en winstbewijzen die niet door tijdsverloop in waarde dalen, de zgn. niet-tijdelijke winstbewijzen. Beide typen winstbewijzen worden in de aanmerkelijkbelangsfeer immers op dezelfde subjectieve wijze in de aanmerkelijkbelangheffing betrokken (art. 20a, zesde lid, onderdeel b, Wet IB, zie hoofdstuk 7, onderdeel 7.3.2).