Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/7.6.3:7.6.3 Conclusie: onderkapitalisatie doorgaans niet voldoende voor veil piercing
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/7.6.3
7.6.3 Conclusie: onderkapitalisatie doorgaans niet voldoende voor veil piercing
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403513:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Shapoff v. Scull, 222 Cal. App. 3d 1457 (Ct. App. 1990), p. 1470: “The requirements of the [alter ego] doctrine may be met where [….] the corporation is undercapitalized in light of its prospective liabilities.”
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel de overwegingen van sommige Amerikaanse rechters in een andere richting wijzen,1 lijkt onderkapitalisatie slechts heel zelden zelfstandig, zonder bijkomende omstandigheden, tot doorbraak te leiden. Ook in California wordt door veel rechters meer vereist voor doorbraak dan louter onderkapitalisatie. Over het algemeen zal een crediteur die beoogt de rechter tot doorbaak te bewegen, naast onderkapitalisatie van de vennootschap dus tevens andere feiten en omstandigheden moeten aanvoeren die doorbraak rechtvaardigen.