Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/10.1:10.1 Grensoverschrijdend onderhandelen
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/10.1
10.1 Grensoverschrijdend onderhandelen
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS303045:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nog niet eerder ter sprake gebrachte problemen doen zich voor bij afgebroken onderhandelingen waarbij de partijen die met elkaar onderhandelden, niet gevestigd zijn in hetzelfde land. Daarbij rijzen onder meer de volgende vragen: naar welk recht dient een vordering tot dooronderhandelen of tot schadevergoeding door de teleurgestelde partij te worden beoordeeld? Welke rechter is bevoegd om van een dergelijk geschil kennis te nemen? Kan men in dergelijke gevallen alleen een beroep doen op de hoofdregel (volgens welke de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is) of ook op alternatieve bevoegdheidsregels?
Het recht is op dit punt nog volop in beweging. In dit hoofdstuk worden enkele probleempunten gesignaleerd, zonder daarbij overigens de pretentie te hebben deze problematiek in enigerlei opzicht uitputtend te willen behandelen; dat gaat het bestek van dit boek te buiten.. Voor een aantal van de gesignaleerde probleempunten worden mogelijke oplossingen aangedragen. Daarbij zal allereerst worden ingegaan op de situatie waarin tot het bestaan van een rompovereenkomst geconcludeerd kan worden en vervolgens op de situatie waarin dat nog niet het geval is, maar de onderhandelende partijen al wel in een stadium zijn beland waarin het partijen (of één van hen) niet meer vrij staat om de onderhandelingen eenzijdig af te breken. Bij de behandeling hiervan zal telkens eerst worden ingegaan op het toepasselijke recht en vervolgens op de bevoegdheidsproblematiek nu, zoals zal blijken, die bevoegdheid in veel gevallen samenhangt met casu quo pas kan worden beantwoord na vaststelling van het toe te passen recht. Met betrekking tot het conflictenrecht beperk ik mij tot de Verordeningen "Rome I" en "Rome II". Een (uitvoerige) bespreking van de hier aan de orde zijnde problematiek aan de hand van de "voorlopers" van deze verordeningen (het EEG Overeenkomsten-verdrag 1980 ("EVO") en de Wet Conflictenrecht Onrechtmatige daad), hoe interessant overigens ook, valt — afgezien van een korte opmerking over art. 4 EVO nu dit verdrag eerst op 17 december 2009 in werking treedt — buiten het bestek van dit boek.