Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.3.5
V.3.5. De doorbreking van de binding
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS574423:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Mayer in Dietman-Reimann-Bengel, Kommentarteil Teil C, § 2294, Rn. 1 -14.
Palandt-Edenhofer, BGB, § 2293, Rn. 1.
Er bestaan verzachtingen in §§ 2291 en 2292 BGB, wat de vorm betreft.
Er wordt onderscheiden ‘Inhaltsirrtum’, ‘Erklärungsirrtum’ en ‘Motivirrtum’. Bij ‘Erklärungsirrtum’ moet men denken aan het geval dat de erflater de bindende beschikking in het geheel niet gewild heeft. Bijvoorbeeld als hij zich verspreekt of verschrijft. Nieder, Testamentsgestaltung, Rn. 778.
Nieder, Testamentsgestaltung, Rn. 783 en de daarbij vermelde rechtspraak.
Nieder, Testamentsgestaltung, Rn. 757 en 756.
De binding, zoals hiervoor in par. 3.4 van dit hoofdstuk beschreven, kan men terecht als vergaand ervaren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ‘faciliteiten’ worden geboden om de binding te beperken dan wel onder omstandigheden de binding te doorbreken. In par. 3.4 van dit hoofdstuk is het ‘Anderungsvorbehalt’ reeds kort aan orde geweest. In par. 3.3.3 van dit hoofdstuk werd § 2295 BGB besproken: een wettelijk terugtreedrecht bij het Erbvertrag om baat, waarmee de erfrechtelijke binding ongedaan kan worden gemaakt. Er bestaat nog een dergelijk terugtreedrecht in § 2294 BGB, voor het geval de beoogde verkrijger, om het in Nederlandse begrippen te vertalen, onwaardig is.1
Gelet op het feit dat sprake is van contractsvrijheid kan ook een terugtreedrecht overeengekomen worden. § 2293 BGB bevestigt dit:
‘Der Erblasser kann von dem Erbvertrag zurücktreten, wenn er sich den Rücktritt im Vertrag vorbehalten hat.’
Zolang van het (eenzijdige) terugtreedrecht geen gebruik gemaakt is, bestaat de erfrechtelijke binding.2 Met een ‘Aufhebungsvertrag’ in de zin van § 2290 BGB kunnen partijen de binding opzij zetten van alle of enkele bindende beschikkingen. Een dergelijke overeenkomst moet in dezelfde vorm worden opgemaakt als de erfovereenkomst zelf.3 Over de vorm hierna in par. 3.6 van dit hoofdstuk. Derden, die bedacht zijn, hebben in dezen geen stem.
Tot slot wijs ik op de mogelijkheid die de erflater heeft om zijn eigen bindende beschikkingen aan te vechten/te vernietigen (‘Selbstanfechtung’) op grond van § 2281 BGB, zoals in par. 3.3.3 al kort aangestipt. De volgende gronden kunnen deze actie dragen: ‘Irrtum’, ‘Drohung’ (§ 2078 BGB) en ‘Übergehung eines Pflichtteilsberechtigten’ (§ 2079 BGB). De volgende passage geeft de verstrekkendheid van de hier gegeven mogelijkheid om de binding opzij te zetten op grond van ‘Irrtum’:4
‘Eine Anfechtung kann beispielsweise begründet sein, wenn sich der Erblasser über die rechtliche Tragweite des Erbvertrages nicht im klaren gewesen ist, insbesondere wenn er nicht wusste, dass er über den Gegenstand des Erbvertrages nicht mehr anderweitig letztwillig verfügen kann (Inhaltsirrtum; toev. FS), oder wenn der Erblasser in der Erwartung enttäuscht wurde, dass der Bedachte übernommene Verpflichtungen, etwa eine Unterhaltsgewährung oder die Betreuung des Erblassers, verträgmaßig erfüllen werde (vgl. § 2295 RdNr. 5); das Gleiche gilt, wenn sich die Erwartung des Erblassers als irrig erwiesen hat, dass in der Zukunft keine ernsthaften Zwistigkeiten zwischen den Vertragschließenden auftreten werden oder dass die Ehe zwischen dem Kind des Erblassers und dessen im Erbvertrag bedachten Ehegatten Bestand habe werde (Motivirrtum; toev. FS).’5
Ook het leven in de veronderstelling dat men niet meer in het huwelijk treedt, kan een dwaling in de beweegreden opleveren.6 § 2279 BGB juncto § 2070 BGB geeft een regel van uitleg voor gehuwden en verloofden die een Erbvertrag maakten, en het huwelijk/de verloving niet door het overlijden is geëindigd. Bij twijfel vervalt de overeenkomst, ook voor zover er derden als verkrijgers optraden. Dit is een voorbeeld van een doorbreking van de binding door uitleg van de uiterste wilsbeschikking, geïndiceerd door de wetgever.7
Onder omstandigheden wordt door de literatuur of rechtspraak een ‘Änderungsvorbehalt’ of een ‘terugtreedrecht’ door uitlegging in de overeenkomst ingelezen.8
Hoewel uitleg onder omstandigheden onvermijdelijk lijkt, moet dit toch voor het overgrote deel te voorkomen zijn door de regie van een erfovereenkomst volledig in handen van de notaris te geven.