Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/4.3.3.2
4.3.3.2 De rechter en emotie
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111395:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Maroney 2011, p. 1485.
Hobbes 1651, p. 203.
Wurzel 1904. Hij stelt dat de opvatting van Hobbes nog steeds een fundamenteel onderdeel is van de westerse jurisprudentie, via Maroney 2011, p. 1488, voetnoot 14.
Sartre 1939, p. 85-91; Solomon 1977, p. 195 e.v.
IJzermans 2011. Gelijkluidend: Vranken & Snel 2019, p. 863.
Pieters 2010, p. 200.
Maroney 2011, p. 1485 en 1489.
Maroney 2011, p. 1496.
Zie het sprekende voorbeeld van gepensioneerde rechter Tielenius Kruythoff: Tielenius Kruythoff 2013, p. 9.
Ik verwijs naar Sieburgh 2003, p. 184, 186-187. Zij is van mening dat de rechter niet in staat is en ook niet behoeft te zijn, om emotiebegeleiding en verwerking aan partijen te bieden. De maatschappij moet niet willen dat de rechter zijn taak uitbreidt tot onder meer het ondersteunen van psychologische, emotionele en intermenselijke processen. Zijn kracht is gelegen in het bieden van een puur juridisch oordeel.
IJzermans 2011, p. 4.
De standaardopvatting van rechtspreken was lange tijd dat een goede rechter geen emoties ervaart tijdens de rechtszitting.1 Deze opvatting is terug te voeren op de werken van Thomas Hobbes. Hij was van mening dat de ideale rechter bevrijd was van angst, boosheid, haat, liefde en passie.2 In het begin van de 20e eeuw heerste deze opvatting nog steeds, verwoord door de invloedrijke theoreticus Wurzel.3 Tegenwoordig is deze opvatting gewijzigd. Ook de rechter ervaart emoties. Emoties ontstaan namelijk wanneer waarden en belangen in het geding zijn.4 IJzermans onderzocht in haar dissertatie de invloed van emoties op het rechterlijk oordeel en concludeert – kortweg – dat juridische oordelen onvermijdelijk ook emotionele oordelen zijn. Een subjectief oordeel is volgens haar zelfs beter dan een louter objectief oordeel op basis van de rede.5 Zo zou de motivering volgens haar aandacht moeten besteden aan de emotie van partijen. Op eenzelfde wijze pleit Pieters voor het tonen van ‘de mens’ achter de rechter, om zo meer draagvlak te creëren voor het oordeel bij partijen.6
Ondanks dat erkend wordt dat de rechter ook ‘maar een mens is’ en dus emoties ervaart, lijkt van de rechter wel verwacht te worden dat hij zijn emoties tijdens een zaak aan de kant zet.7 Emoties zouden namelijk schadelijk zijn. Ook ik denk dat emoties schadelijk kunnen zijn voor het rechterlijk oordeel, maar simpelweg stellen dat de rechter daarom zijn emoties maar aan de kant moet zetten, veronderstelt een potentie van de rechter die hij niet bezit. Emoties kunnen niet simpelweg aan de kant gezet worden. Emotionele neutraliteit is een misplaatste verwachting. Neutraliteit is niet een natuurlijke menselijke staat van gesteldheid.8 De rechter is dan ook niet in staat volledig vrij van emoties te oordelen.
Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen vier soorten emoties rondom het rechterlijk oordeel. Allereerst de emoties die de rechter ervaart naar aanleiding van de zaak. Denk hierbij aan het verdriet dat een zaak van kinderverwaarlozing bij de rechter kan opwekken. Denk daarnaast bijvoorbeeld aan de emotie die een rechter kan ervaren bij een storende en brutale houding door een partij.9 Ten tweede de emoties van de rechter die zijn ontstaan los van de zaak. Bijvoorbeeld een rechter die erg moe is door de hoge werkdruk, een verhuizing die net achter de rug is of een pasgeboren baby die de rechter ’s nachts wakker houdt. Ten derde het meewegen van emoties van partijen door de rechter in het rechterlijk oordeel. Denk bijvoorbeeld aan het beoordelen van affectieschade van partijen in aansprakelijkheidszaken.10 Ten vierde emoties die zijn ingebed in de rechtsnormen zelf doordat deze rechtsnormen een weerslag zijn van emoties die in de maatschappij leven.11 Deze laatste twee vormen van emoties behandel ik in dit hoofdstuk niet.