Gegevensbescherming in faillissement
Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/4.8:4.8 Conclusie
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/4.8
4.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675703:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het faillissementsrecht omvat momenteel slechts een algemene plicht om een openbaar verslag ter griffie te deponeren. Deze plicht is niet nader geconcretiseerd. Het is daarom de vraag welke persoonsgegevens de curator in het faillissementsverslag mag opnemen.
De mate waarin de curator persoonsgegevens mag opnemen in een openbaar faillissementsverslag hangt sterk samen met het doel van het openbaar faillissementsverslag. Omdat de AVG vereist dat alleen de minimaal noodzakelijke gegevens worden verwerkt, is het relevant om te bepalen welke informatie in het faillissementsverslag als minimaal noodzakelijk wordt gezien. Ik verwijs hiernaar als de ondergrens van de informatie in het verslag. Deze kan men kort aanduiden als het “eenieder globaal informeren over de stand van de boedel”. Wanneer de curator deze informatie verstrekt, heeft hij zijn taak vervuld en kan hij niet meer persoonsgegevens verwerken. De wetgever zou het doel van het faillissementsverslag duidelijker en ruimer kunnen formuleren om de curator zo in staat te stellen meer persoonsgegevens te verwerken.
De curator heeft een wettelijke grondslag om het faillissementsverslag te schrijven en bij de griffie ter inzage van eenieder te deponeren. Voor publicatie in het CIR of op de website van de curator bestaat geen wettelijke grondslag, maar er is een consultatieversie van het Besluit aanwijzing informatie uit beschikkingen, stukken en gegevens betreffende faillissementen ter opname in het Centraal Insolventieregister gepubliceerd. In artikel 2 van dat besluit beoogt de minister voor Rechtsbescherming deze wettelijke grondslag voor publicatie van het faillissementsverslag in het CIR te creëren. Ik juich dit consultatiebesluit van harte toe. Het zorgt ervoor dat de curator steeds bevoegd is om het verslag in het CIR te plaatsen. Momenteel moet de curator zich beroepen op de grondslag die wordt gevormd door de taak van algemeen belang. Hierdoor is niet op voorhand duidelijk of de curator het verslag in het CIR mag plaatsen. De curator heeft naar mijn mening geen grondslag om het faillissementsverslag op zijn eigen website te publiceren. Het consultatiebesluit brengt daar geen verandering in.
Alle informatie die de curator opneemt in het verslag moet noodzakelijk zijn om het hierboven geformuleerde doel te bereiken. Een (te) volledig verslag kan in strijd zijn met de AVG en de rechten van betrokkenen.
In de door mij bekeken faillissementsverslagen waren persoonsgegevens van derden slechts in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk om eenieder globaal te informeren. Sommige persoonsgegevens die nu wel opgenomen waren in een aantal verslagen, zoals namen van oud-werknemers of informatie over de partner van de bestuurder, mogen niet worden opgenomen in het faillissementsverslag. Persoonsgegevens van bestuurders en aandeelhouders zijn in meer gevallen noodzakelijk. Terughoudendheid moet dan echter nog steeds worden betracht, voornamelijk ten aanzien van direct identificerende gegevens zoals namen van natuurlijke personen of het privéadres van een eenmanszaak of vof. Tevens moet de curator terughoudend zijn met het publiceren van persoonsgegevens omtrent betalingsregelingen met bestuurders, persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en het oorzakenonderzoek. Ook hier geldt dat deze informatie wel voorkwam in een aantal van de door mij bekeken verslagen. In bepaalde verslagen stond bijvoorbeeld gedetailleerde informatie met persoonsgegevens over betalingsregelingen, persoonlijke faillissementen of oordelen over onbehoorlijk bestuur. Deze informatie had niet opgenomen mogen worden in het faillissementsverslag. Ook voor andere persoonsgegevens die minder gevoelig zijn, moet de curator zich steeds afvragen of de gegevens echt noodzakelijk zijn om globaal te informeren over de stand van de boedel. Een onderscheidend criterium kan zijn dat informatie die meer betrekking heeft op het bedrijf eerder kan worden opgenomen dan informatie die betrekking heeft op personen.
Over het algemeen kan daarbij worden aangeraden om slechts spaarzaam persoonsgegevens te verwerken in het faillissementsverslag. De curator moet steeds nagaan of bepaalde persoonsgegevens noodzakelijk zijn om eenieder globaal te informeren over de stand van de boedel. Als op deze vraag geen bevestigend antwoord kan worden gegeven, mogen de gegevens niet worden opgenomen in het verslag.
Voor de verwerking van bijzondere (bijvoorbeeld medische of strafrechtelijke) gegevens, bestaan aanvullende regels. Op grond van de huidige wetgeving mag de curator zulke gegevens niet opnemen in het faillissementsverslag, behalve als het gaat om kennelijk door de betrokkene openbaar gemaakte gegevens. De consultatieversie van de Verzamelwet gegevensbescherming lijkt hier geen verandering in aan te brengen. In het voorgestelde artikel 68a Fw is geen grondslag opgenomen om medische of strafrechtelijke persoonsgegevens te verwerken in het kader van het faillissementsverslag.
Al met al lijkt een zekere discrepantie te bestaan tussen de gegevens die minimaal noodzakelijk zijn om het doel van het faillissementsverslag te realiseren en de persoonsgegevens die daadwerkelijk in het verslag staan. In de door mij bekeken verslagen stonden regelmatig persoonsgegevens die niet kunnen worden beschouwd als noodzakelijk om het doel te bereiken. Deze verwerkingen kunnen niet worden gebaseerd op het huidige artikel 73a Fw. Dat niet-noodzakelijke persoonsgegevens desondanks in het faillissementsverslag staan, is een probleem in het kader van de AVG.
De huidige praktijk omtrent faillissementsverslagen is daardoor op onderdelen in strijd met de AVG. Dit betekent dat op dit moment sommige punten in het standaardformulier voor faillissementsverslagen nuancering verdienen of moeten worden geschrapt. De AVG verbiedt echter niet dat voor faillissementsverslagen persoonsgegevens worden verwerkt. Indien de wetgever van mening is dat meer persoonsgegevens zouden moeten worden opgenomen in het faillissementsverslag dan momenteel kan, dient hij daartoe een wettelijke grondslag te creëren. De huidige praktijk kan blijven voorbestaan na de noodzakelijke wetswijzingen of aanvullende bepalingen, die bijvoorbeeld ook kunnen bestaan uit het herformuleren van het doel van het faillissementsverslag. De AVG verplicht hierdoor niet automatisch tot een fundamentele wijziging van de huidige praktijk, maar wel tot een explicitering van en herbezinning op het doel van het faillissementsverslag teneinde de curator in staat te stellen aan dat doel te beantwoorden.