NJB 2025/2017
Niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte wegens het gebruik voor strafrechtelijke doeleinden van de door het Bundeszentralamt für Steuern spontaan verstrekte informatie. In casu is het oordeel van het hof dat sprake was van ‘niet geoorloofd gebruik van de (voor fiscale doeleinden verkregen) gegevens voor deze strafprocedure’ niet begrijpelijk.
HR 01-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1033
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, J.A.R. van Eijsden en A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
24/01532
- Conclusie
A-G mr. P.J. Wattel
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Internationaal strafrecht (V)
Fiscaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1033, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:257, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑11‑2024
- Wetingang
Essentie
Niet-ontvankelijkverklaring door het hof van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte wegens het gebruik voor strafrechtelijke doeleinden van de door het Bundeszentralamt für Steuern spontaan verstrekte informatie. In casu is het oordeel van het hof dat sprake was van ‘niet geoorloofd gebruik van de (voor fiscale doeleinden verkregen) gegevens voor deze strafprocedure’ niet begrijpelijk.
Uitspraak
Inleiding
OM-cassatie. Aan de verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij ‘op tijdstippen in de periode van 6 maart 2020 tot en met heden, in [plaats], en/of [plaats] en/of elders in Nederland, (telkens) als degene die ingevolge de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.