NJB 2026/541
Huwelijksgoederengemeenschap. Wettelijke gemeenschap van goederen. Omvang. Een schuldeiser heeft leningen verstrekt aan vennootschappen die gelieerd zijn aan de man. Voor een deel van die leningen heeft de man zich verbonden als medeschuldenaar of als borg. Hoge Raad: 1. Schuld uit borgtocht. Een uit borgtocht voortvloeiende schuld van een echtgenoot valt in de gemeenschap. De aansprakelijkheid van één van de echtgenoten jegens de schuldeiser bepaalt of en voor welke omvang de schuld in de gemeenschap valt. 2. Motivering. De vrouw heeft betoogd dat de man zich niet heeft verbonden ten aanzien van alle leningen. Het hof heeft dat betoog niet in zijn oordeel betrokken. Zijn oordeel is in het licht van het partijdebat onbegrijpelijk.
HR 06-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:347
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
25/01590
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:347, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1363, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Huwelijksgoederengemeenschap. Wettelijke gemeenschap van goederen. Omvang. Een schuldeiser heeft leningen verstrekt aan vennootschappen die gelieerd zijn aan de man. Voor een deel van die leningen heeft de man zich verbonden als medeschuldenaar of als borg. Hoge Raad: 1. Schuld uit borgtocht. Een uit borgtocht voortvloeiende schuld van een echtgenoot valt in de gemeenschap. De aansprakelijkheid van één van de echtgenoten jegens de schuldeiser bepaalt of en voor welke omvang de schuld in de gemeenschap valt. 2. Motivering. De vrouw heeft betoogd dat de man zich niet heeft verbonden ten aanzien van alle leningen. Het hof heeft dat betoog niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.