Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/3.5.2:3.5.2 Opdracht geven
Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (R&P nr. InsR11) 2019/3.5.2
3.5.2 Opdracht geven
Documentgegevens:
mr. A. Karapetian, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. A. Karapetian
- JCDI
JCDI:ADS346092:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Materieel strafrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gritter 2003, p. 355-356, Van Elst 1997, p. 66; De Hullu 2015, p. 502-503; Sikkema 2010, p. 66; De Valk 2009, p. 426.
HR 1 februari 2005, NJ 2006/421 (Vuurwerkramp Enschede).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De deelnemingsvorm van het opdracht geven levert in de rechtspraktijk nauwelijks problemen op, hetgeen zich laat verklaren door het uit haar bewoordingen voortvloeiende heldere karakter. Het begrip opdracht geven veronderstelt namelijk een bepaalde mate van actieve betrokkenheid bij de verboden gedragingen en zal dikwijls vorm krijgen door een instructie.1 Daar het niet met de aard van opdracht geven zou stroken het enkele toestaan dat de gedraging plaatsvindt als zodanig te kwalificeren, wordt deze gedraging gezien als een verbijzondering van het feitelijke leidinggeven. Feitelijke leidinggeven kan, zoals in het navolgende zal blijken, ook door een nalaten plaatsvinden. In de rechtspraak is uitgemaakt dat een keuze voor opdrachtgeven of feitelijke leidinggeven niet van belang is voor de strafrechtelijke betekenis van het bewezenverklaarde.2