Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.3.4:8.5.3.4 Tussenconclusie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.3.4
8.5.3.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457697:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het bovenstaande blijkt dat het parlement veel belang hechtte aan een goede externe controle op het ESM. Desalniettemin gingen beide Kamers akkoord met het ESM-verdrag zonder precies te weten wat er in de by-laws opgenomen zou worden. Hoewel de concepten waarover de minister berichtte in lijn waren met de wensen van de Staten-Generaal en men het ESM zo snel mogelijk tot stand wilde brengen, hadden de Kamers, om op dit punt daadwerkelijke zeggenschap te houden, er voor moeten kiezen om, zoals door sommige Kamerleden geopperd werd, pas in te stemmen met het ESM-verdrag op het moment dat er overeenstemming was over de by-laws.
Het argument van de minister van Financiën dat de raad van gouverneurs pas een besluit over de by-laws kan nemen als het ESM-verdrag in werking is getreden, overtuigt niet. Hoewel dit formeel juist is, waren de onderhandelingen over de by-laws immers al in volle gang, zo blijkt uit de correspondentie tussen de minister van Financiën en de Kamers. De ESM-leden, oftewel de eurolanden, hadden daarom ook voorafgaand aan de goedkeuring van het ESM-verdrag een akkoord kunnen sluiten over de by-laws. Op die manier zouden de Kamers ervan verzekerd zijn dat de inhoud daarvan aan hun wensen voldeed. Na de goedkeuring van het ESM-verdrag had de raad van gouverneurs dan de by-laws officieel kunnen vaststellen.
Het andere argument van de minister van Financiën voor de stelling dat het parlement zich over de by-laws geen zorgen hoefde te maken, was dat de regering bekrachtiging van het ESM-verdrag zou weigeren als de by-laws niet zouden voldoen aan de Nederlandse eisen. Hoewel dit argument sterker is dan het bovengenoemde, maakten de Staten-Generaal zich door het volgen van dit standpunt in deze kwestie wel erg afhankelijk van de regering. De positie van het parlement zou sterker geweest zijn als het simpelweg pas goedkeuring had verleend aan het ESM-verdrag na de totstandkoming van de by-laws.
De opstelling van het parlement ten aanzien van de externe controle op het ESM vertoont een sterke parallel met het hiervoor besproken punt van de parlementaire betrokkenheid bij de inzet van het ESM. Daarbij zegde de regering toe dat er nog nadere afspraken met het parlement gemaakt zouden worden over die parlementaire betrokkenheid. Nog voordat deze afspraken daadwerkelijk tot stand kwamen, stemden beide Kamers in met het ESM-verdrag. Hetzelfde deed zich voor ten aanzien van de by-laws. Hoewel het parlement aan de inhoud daarvan veel aandacht besteedde, stemde het in met het ESM-verdrag zonder de definitieve versie van de by-laws af te wachten. Het accepteerde daarmee de beslissende rol van de regering op beide punten.