Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.5:8.5.5 De wijziging van artikel 136 VWEU
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/8.5.5
8.5.5 De wijziging van artikel 136 VWEU
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS458908:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een laatste punt dat bij de behandeling van de gebundelde wetsvoorstellen aan de orde kwam en dat relevant is voor dit proefschrift, was de verhouding tussen het ESM-verdrag en de wijziging van artikel 136 VWEU. Aan die bepaling voegden de lidstaten zoals hierboven beschreven een derde lid toe om te expliciteren dat de eurolanden gerechtigd waren om een permanent noodfonds op te richten. Dit gebeurde via de vereenvoudigde herzieningsprocedure van artikel 48, zesde lid, VEU. Hieronder ga ik in op de vraag of de wijziging van artikel 136 VWEU wel nodig was. Hieraan gekoppeld is de kwestie in hoeverre het problematisch was dat het ESM-verdrag eerder in werking trad dan de wijziging van artikel 136 VWEU. Vervolgens behandel ik de vraag of de toevoeging van een derde lid aan artikel 136 VWEU mocht plaatsvinden via de vereenvoudigde herzieningsprocedure van artikel 48, zesde lid, VEU. Deze vragen komen alle terug in de Pringle-zaak, die in par. 8.6 behandeld wordt.
8.5.5.1 De noodzaak en het moment van inwerkingtreding8.5.5.2 De vereenvoudigde procedure