Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.6.1:3.6.1 Vermogensoverdracht (1957-1976)
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.6.1
3.6.1 Vermogensoverdracht (1957-1976)
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS499113:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omzetting onder de Wet op stichtingen betekende dat een nieuwe rechtspersoon werd opgericht ter gelegenheid van de omzetting van een stichting in een naamloze vennootschap, vereniging of cooperatieve vereniging. De wet verwoordde dat als volgt:
`Een omzetting ( ...) doet de activa en passiva van de stichting op de naamloze vennootschap onderscheidenlijk de vereniging overgaan.'
De wet1 sprak over 'overgaan' van vermogensbestanddelen. Of 'overgaan' van de vermogensbestanddelen werkte als een overdracht of overgang onder algemene titel, was niet duidelijk.
Omzetting vertoonde kenmerken van vermogensoverdracht. Vermogensbestanddelen van een bestaande stichting werden ingebracht in een nieuw op te richten entiteit. Een dergelijke procedure vertoont overeenkomst met de huidige ontbindingsregeling. De stichting werd als rechtspersoon ontbonden en het vermogen van de stichting werd overgedragen aan de nieuw op te richten rechtspersoon.
Sommige kenmerken duiden op vermogensovergang. In geval van beperkte omzetting, van stichting naar naamloze vennootschap, had de wet het over overgang van de activa (en hoofdelijke verbondenheid van stichting en naamloze vennootschap voor de passiva).2 Dit lijkt op overgang onder algemene titel. Bepaalde heffingen, als schenkingsrecht, registratierecht en omzetbelasting, konden achterwege blijven. Onder voorwaarden bleef, in overleg met de Minister van Financiën, ook de heffing van vennootschapsbelasting achterwege.3