Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context
Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.3.3:1.3.3 Beoordelingskader
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.3.3
1.3.3 Beoordelingskader
Documentgegevens:
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661457:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Vranken Algemeen deel****2014/8.
Pieterse 2021, p. 28; Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/177; Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/55.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag of de toepassing van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting dient te worden herijkt, en zo ja op welke wijze, veronderstelt een maatstaf. Aan de hand van welke norm wordt het antwoord bepaald? Voor het antwoord op de onderzoeksvraag kan niet worden volstaan met de huidige toepassingswijze van het vertrouwensbeginsel bij voorlichting (het geldende recht), maar moet worden gezocht naar – zoals Vranken dat mooi heeft verwoord – de onderliggende waarden, vooronderstellingen en beginselen bij het geldende recht.1 Er is dus een maatstaf nodig die een abstractieniveau hoger ligt dan die volgt uit de rechtspraak ter zake van het vertrouwensbeginsel.2
In dit onderzoek ga ik daarom op zoek naar de juridische grondslagen van de voorlichtende taak van de Belastingdienst. Deze grondslagen vormen het juridische kader bij de voorlichtende taak (hoofdstuk 2). Bovendien moet voor een adequate herijking deels buiten het juridische domein worden getreden, namelijk naar het burgerperspectief en zijn hier gehanteerde communicatieve invulling. In het beoordelingskader voor het herijkingsvoorstel zal het burgerperspectief worden geïncorporeerd (paragraaf 7.2).