Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/6.4.2
6.4.2 Dividendbelasting
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS498914:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting / Fiscale eenheid
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie R.P.C.W.M. Brandsma, Cursus Belastingrecht (Dividendbelasting), Deventer: Gouda Quint, onderdeel 2.0.2.B,f.1.
Zie de conclusie van A-G Van Kalmthout voor HR 15 november 2002, nr. 36.025, BNB 2003/244c*.
Zo mag een ondernemer volgens goed koopmansgebruik de winstbonus op een kostprijs van nihil waarderen (zie par. 6.2.3.2) en bepaalt art. 4.13 lid 2 Wet IB 2001 voor een aanmerkelijkbelanghouder uitdrukkelijk dat de winstbonus niet geldt als een regulier voordeel (zie par. 6.2.3.3).
Zie O.C.R. Marres & Pj. Wattel, Dividendbelasting (FED Fiscale Studieserie, nr. 26), Deventer: Kluwer 2006, p. 45.
Natuurlijk bestaat geen recht op teruggaaf indien gebruik is gemaakt van de inhoudingsvrijstelling ex art. 4 lid 1 Wet DB 1965.
Zowel de opbrengsten van de aandelen in een BV als een NV behoren op grond van art. 1 lid 1 Wet DB 1965 tot de voor de dividendbelasting belaste opbrengsten in de zin van art. 3 lid 1 Wet DB 1965. De omzetting van een BV in een NV heeft op zichzelf geen opbrengst in de zin van art. 3 lid 1 Wet DB 1965 tot gevolg. Het fiscaalrechtelijk gestorte kapitaal ondergaat als gevolg van de omzetting geen wijziging, zodat ook geen fiscaal claimverlies optreedt.
Een aan de omzetting van een BV in een NV voorafgaande kapitaalvermeerdering door omzetting van winstreserves in aandelenkapitaal is wel een belastbaar feit voor de dividendbelasting. Art. 3 lid 1 onderdeel c Wet DB 1965 bepaalt bij wege van fictie dat de nominale waarde van de uitgereikte bonusaandelen als een opbrengst moet worden beschouwd. Voor de toepassing van de Wet DB 1965 wordt aldus gefingeerd dat de aandeelhouder eerst een winstuitdeling in contanten krijgt, die hij vervolgens aanwendt ter voldoening aan zijn stortingsverplichting op het nieuwe aan hem a pari uitgegeven aandeel.1 Het bedrag dat als winstuitdeling in aanmerking wordt genomen, geldt dan ook vervolgens als gestort kapitaal van de in een NV omgezette BV.2 Wellicht ten overvloede merk ik op dat een voor de heffing van inkomstenbelasting binnenlands belastingplichtig natuurlijk persoon de door de in een NV omgezette BV ingehouden dividendbelasting kan verrekenen/terugvragen (art. 9.2 lid 1 onderdeel d Wet IB 2001). Dit is onafhankelijk van de vraag of de winstbonus een belaste inkomenscomponent vormt.3 Vennootschapsbelastingplichtige aandeelhouders die de winstbonus op grond van goed koopmansgebruik op een kostprijs van nihil stellen hebben geen recht op verrekening in de vennootschapsbelasting (art. 25 lid 1 Wet VPB 1969), maar kunnen gebruikmaken van de teruggaafregeling van art. 10 lid 3 Wet VPB 1969.4 Hetzelfde geldt voor vennootschapsbelastingplichtige aandeelhouders die de winstbonus wél als onderdeel van de belastbare winst verantwoorden, maar waarop vervolgens de deelnemingsvrijstelling van toepassing is.5
Een met de omzetting van een NV in een BV op de voet van art. 2:183 lid 2 onderdeel b BW gecombineerde afstempeling van de aandelen (zonder teruggaaf), heeft blijkens HR 22 januari 1997, nr. 31.134, BNB 1997/100c* tot gevolg dat het gestorte kapitaal ook in fiscale zin verloren gaat.