Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/915
Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Matiging schadevergoeding (art. 6:109 BW Curaçao); tot voorzichtigheid en objectivering van inzicht nopende maatstaf; motivering. Matiging zonder vaststelling schade?
HR 04-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1384
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/02088
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1384, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:382, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑05‑2023
- Wetingang
Art. 6:109 BW
Essentie
Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Matiging schadevergoeding (art. 6:109 BW Curaçao); tot voorzichtigheid en objectivering van inzicht nopende maatstaf; motivering. Matiging zonder vaststelling schade?
Samenvatting
Art. 6:109 lid 1 BWC — dat gelijk is aan art. 6:109 lid 1 BW — bepaalt dat indien toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, de rechter een wettelijke verplichting tot schadevergoeding kan matigen. Deze bepaling moet worden beschouwd als een bijzondere toepassing van de regeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.