De beursvennootschap, corporate governance en strategie
Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/6.2.5:6.2.5 Conclusie
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/6.2.5
6.2.5 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232688:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het agenderingsrecht biedt aandeelhouders de mogelijkheid onderwerpen ter besluitvorming (als stempunt) op de agenda te laten plaatsen voor zover de AV de bevoegdheid heeft daarover te besluiten. Onderwerpen ten aanzien waarvan zij niet de bevoegdheid hebben te besluiten, kunnen zij ter discussie (als bespreekpunt) agenderen. Weigering of beperking van een agenderingsverzoek is enkel mogelijk in uitzonderlijke gevallen, waarbij de grondslag voor een dergelijke weigering gelegen kan zijn in artikel 2:8 lid 2 BW of artikel 3:13 lid 1 BW. De toepassing hiervan moet richtlijnconform worden uitgelegd en zal dus maar zelden tot weigering of beperking kunnen leiden. Een agendapunt kan in beginsel niet worden afgewezen op inhoudelijke gronden en moet op de agenda worden geplaatst indien het in overeenstemming met de formele voorschriften is verzocht.
Het convocatierecht is een louter Nederlandse regeling die aandeelhouders de mogelijkheid biedt een AV bijeen te laten roepen en daarvoor punten aan te dragen indien aan bepaalde formele voorwaarden is voldaan en zij een redelijk belang hebben. Beide vereisten worden slechts summierlijk getoetst. Niet relevant is of de voorgestelde agendapunten inhoudelijk wenselijk zijn vanuit het perspectief van de beursvennootschap. Als een verzoek tot het houden van een AV wordt afgewezen, dan zal de redelijkheid en billijkheid mijns inziens veelal eisen dat het bestuur alsnog toetst of de voorgestelde agendapunten op de eerstvolgende AV dienen te worden behandeld op grond van het agenderingsrecht, vooropgesteld dat het verzoek ook aan de formele vereisten van het agenderingsrecht voldoet.
Wat mij betreft zou een motie, aanbevelende stemming of peiling van standpunten ruimer toepassing moeten krijgen en zouden dergelijke voorstellen van aandeelhouders in beginsel gehonoreerd moeten worden. Het bestuur heeft daarvan weinig te vrezen en er zijn geen overtuigende argumenten op grond waarvan de meningen van aandeelhouders over bespreekpunten niet zouden moeten kunnen worden gepeild. Wel is het wat mij betreft mogelijk de uitoefening van bepaalde aandeelhoudersbevoegdheden te beperken door deze enkel mogelijk te maken op voorstel of na goedkeuring van het bestuur, al dan niet met goedkeuring van de raad van commissarissen. De Aandeelhoudersrichtlijn verbiedt dergelijke oligarchische regelingen mijns inziens niet. Een aandeelhoudersvoorstel tot behandeling van dergelijke statutair beperkte onderwerpen kan door het bestuur als bespreekpunt geagendeerd worden. Als het bestuur toch besluit een dergelijk onderwerp als stempunt op te nemen in de agenda, dan kunnen in beginsel geldige besluiten genomen worden, tenzij de statuten of de AV-stukken tot een andere uitleg dwingen.
Strategische aandeelhoudersonderwerpen (zoals ontslag, benoeming of statutenwijziging ter ontmanteling van beschermingsconstructies) kunnen door aandeelhouders op de agenda worden geplaatst door gebruikmaking van het agenderingsrecht. De bevoegdheden van aandeelhouders ten aanzien van dergelijke onderwerpen kunnen ook gebruikt worden om invloed uit te oefenen op de strategie. Dat kan in beginsel om iedere reden en op elk moment, mits geen sprake is van strijd met de artikelen 2:8 lid 2 en 3:13 lid 1 BW. Dezelfde hoge drempel geldt wanneer het bestuur en de raad van commissarissen de responstijd willen inroepen. Die drempel geldt niet voor het inroepen van de bedenktijd, aangezien hier geen sprake is van het beperken van een aandeelhoudersbevoegdheid op grond van de redelijkheid en billijkheid, maar van het uitoefenen van een wettelijke bevoegdheid door het bestuur.