Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/6.1
6.1 Vijandige biedingen en bescherming van beursvennootschappen
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232650:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
In de praktijk wordt ook wel onderscheid gemaakt tussen een ‘ongevraagd’ (unsolicited) bod en een vijandig bod, zie De Brauw 2017, par. 4.4. Juridisch is dat onderscheid er niet. Als het bod wordt aangekondigd en er is geen overeenstemming met de doelvennootschap, dan kan het weliswaar ongevraagd zijn, maar wordt het aangemerkt als vijandig (ook wel: onvriendelijk of vijandelijk). Zie artikel 2:118a lid 2 sub a BW. Van een aankondiging is formeel geen sprake indien een bieder informatie over de inhoud van het voorgenomen openbaar bod openbaar maakt, maar de doelvennootschap onverwijld na openbaarmaking van de informatie door middel van een openbare mededeling meedeelt dat zij met de bieder overleg voert (artikel 5 lid 2 Bob). Zie tevens Van Ginneken 2010, par. 1.3; Abma & Tali 2013, par. 3.3; Bijveld 2014; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/692.
De Brauw 2017, par. 12.2. Een rauwelijks bod kan een reden vormen om geoorloofde beschermingsmaatregelen te treffen, zie Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/573. Voorafgaand aan 27 oktober 2007 gold er een verbod op het aankondigen van een rauwelijks bod (De Brauw 2017, par. 12.2). Dit verbod was neergelegd in artikel 9d van het Besluit toezicht effectenverkeer 1995. Zie over deze oude regel: M.H. Muller & K. Schenau, ‘Het rauwelijks bod’, V&O 2002/5, p. 94-96.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/554.
Garcia Nelen, Ondernemingsrecht 2018/12.
Onder een ‘vijandig bod’ begrijp ik een openbaar bod dat wordt aangekondigd of uitgebracht op (certificaten van) aandelen in het kapitaal van een beursvennootschap zonder dat daarover overeenstemming is bereikt met de beursvennootschap.1 In Nederland is het mogelijk om een dergelijk vijandig bod uit te brengen. Een openbaar bod kan zelfs worden aangekondigd of uitgebracht zonder dat overleg is gevoerd met de doelvennootschap (ook wel aangeduid als een ‘rauwelijks’ bod).2 Tegen (de dreiging van) een vijandig bod kunnen in Nederland beschermingsconstructies worden ingezet. Dit zijn statutaire of contractuele maatregelen die het vennootschappelijk belang kunnen beschermen tegen ongewenste invloeden van (potentiële) aandeelhouders.3 Deze maatregelen kunnen onder andere worden gebruikt om een vijandig bod op een beursvennootschap te voorkomen, bemoeilijken of vertragen. Ook kunnen zij worden gebruikt tegen activistische aandeelhouders die het beleid en de strategie van de beursvennootschap willen beïnvloeden. In bepaalde gevallen worden zij ingezet door het bestuur van de beursvennootschap, in andere gevallen door derden, zoals een stichting.4 Ik ga hierna eerst in op enkele historische en ideologische achtergronden die relevant zijn voor bescherming tegen vijandige biedingen, waarna ik het kader beschrijf voor de beoordeling van een overnamebod door het bestuur en de raad van commissarissen, de soorten beschermingsconstructies en de toelaatbaarheid daarvan, in het bijzonder met het oog op de inbreuk op zeggenschapsverhoudingen tussen de AV en het bestuur van de beursvennootschap.
6.1.1 Historische en ideologische achtergronden6.1.2 De beoordeling van een openbaar bod en de rol van het bestuur6.1.3 Mogelijke beschermingsmaatregelen6.1.4 De geoorloofdheid van beschermingsmaatregelen6.1.5 Pandoraconstructies en ad hoc bescherming op dochterniveau6.1.6 De houdbaarheid en beëindiging van bescherming6.1.7 Conclusie