De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.1:3.1 Inleiding
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649649:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat het agenderingsrecht centraal. Het hoofdstuk vangt in 3.2 aan met de definiëring en positionering van het agenderingsrecht. In de paragrafen 3.2.1 en 3.2.2 wordt uiteengezet wat het agenderingsrecht is en hoe deze bevoegdheid in het rechtsbestel is ingebed. Daarbij komt ook ter sprake hoe degenen die het agenderingsrecht (kunnen) hebben dit recht dienen aan te wenden. Of anders gezegd: wat is hun richtsnoer bij de uitoefening van het agenderingsrecht? In par. 3.3 passeren de (potentieel) agenderingsbevoegden de revue. Dat zijn: het bestuur en de rvc (par. 3.3.1), de statutair bevoegden (par. 3.3.2), de algemene vergadering (par. 3.3.3) en de aandeel- en certificaathouders, vruchtgebruikers en pandhouders (par. 3.3.4). In par. 3.3.4.14 zet ik kort uiteen wie de (potentieel) convocatiebevoegden zijn. De reden is dat in het convocatierecht (ook) een agenderingsrecht ligt besloten.
Bij beursvennootschappen komt het steeds vaker voor dat een vennootschap (ook) een notering in het buitenland heeft. Relatief vaak wordt gekozen voor een notering aan NYSE of NASDAQ. Een notering in de VS kan ertoe leiden dat op de NV of BV niet alleen art. 2:114a BW, maar ook § 14a-8 SEA van toepassing is. Een voorbeeld van een vennootschap waarbij dit speelde was Mylan NV. In par. 3.4 ga ik in op de mogelijke samenloop van art. 2:114a BW met § 14a-8 SEA.