De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.4:4.4 Conclusie
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/4.4
4.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649713:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Reeds onder de CdC en het WvK 1838 geldt als uitgangspunt dat het bestuur de algemene vergadering bijeenroept. Daarnaast wordt onder het WvK 1838 doorgaans ook in de statuten een bijeenroepingsrecht aan individuele of een bepaald quorum aandeelhouders toegekend. Het (tijdig) verstrekken van de agenda was ten tijde van de CdC en het WvK 1838 geen vereiste voor rechtsgeldige besluitvorming.
Dit laatste verandert met de invoering van het WvK 1928. Daarin wordt voor het eerst bepaald dat de oproeping voor de algemene vergadering de te behandelen onderwerpen dient te vermelden (art. 43g WvK). Pas toen het tijdig verstrekken van de agenda een voorwaarde voor rechtsgeldige besluitvorming werd, komt de vraag op wie bevoegd is om punten op de agenda te (doen) plaatsen. Ook toen werd al aangenomen dat degene die de algemene vergadering bijeenroept de agenda voor de betreffende vergadering vaststelt. Op grond van art. 43b WvK 1928 zijn, net als nu, het bestuur en de rvc bevoegd tot bijeenroeping en kan, eveneens net als nu, deze bevoegdheid in de statuten ook aan anderen worden toegekend. Verder krijgen in het WvK 1928 aandeelhouders die alleen of gezamenlijk ten minste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen ook voor het eerst een wettelijk convocatierecht (art. 43c en 43d WvK 1928). Het WvK 1928 voorziet niet in een ‘los’ agenderingsrecht. In de statuten wordt een dergelijk recht wel vaak aan aandeelhouders toegekend.
In 1997 komt de commissie Peters met haar veertig aanbevelingen aangaande de corporate governance bij beursvennootschappen. Een van de aanbevelingen is dat kapitaalverschaffers onder voorwaarden het recht dienen te hebben om onderwerpen op de agenda van de algemene vergadering te plaatsen. Bij het door de commissie Peters voorgestelde agenderingsrecht ligt de focus duidelijk op de verantwoordingsfunctie, maar moeten kapitaalverschaffers met het agenderingsrecht ook besluitvorming door de algemene vergadering kunnen initiëren. Ook aan het later ingevoerde wettelijke agenderingsrecht worden deze twee functies toegekend.
Slechts 16 vennootschappen volgen de volledige aanbeveling van de commissie Peters op. Het kabinet acht mede daarom een wetswijziging ter invoering van een agenderingsrecht nodig. Deze wetswijziging komt er in 2004. Op grond van art. 2:114a/224a BW (oud) komt het agenderingsrecht toe aan een of meer aandeelhouders die alleen of gezamenlijk ten minste 1% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen. Bij beursvennootschappen geldt voorts een alternatieve kapitaaldrempel van € 50 miljoen marktwaarde. Een agenderingsverzoek kan worden geweigerd als een zwaarwichtig belang van de vennootschap zich tegen de agendering verzet.
Op 1 januari 2009 wordt de Code Tabaksblat vervangen voor de Code Frijns. In de Code Frijns is opgenomen dat het best practice is dat een aandeelhouder het agenderingsrecht slechts uitoefent nadat hij daaromtrent in overleg is getreden met het bestuur, en dat als een of meer aandeelhouders het voornemen hebben de agendering te verzoeken van een onderwerp dat kan leiden tot wijziging van de strategie van de vennootschap, het bestuur in de gelegenheid wordt gesteld een responstijd in te roepen. Een ingeroepen responstijd dient gerespecteerd te worden (bpb IV.4.4 en II.1.9 Code Frijns). In 2016 werd dit overgenomen in de Code Van Manen (bpb. 4.1.6 en 4.1.7 NCGC).
Als gevolg van de implementatie van de Aandeelhoudersrichtlijn wordt art. 2:114a BW in 2010 gewijzigd. Voortaan moet een ingediend onderwerp worden gemotiveerd of voorzien zijn van een ontwerpbesluit. De zwaarwichtig belang-weigeringsgrond wordt geschrapt.
In 2013 wordt de kapitaaldrempel in art. 2:114a BW opgehoogd naar 3% waarbij de alternatieve kapitaaldrempel van € 50 miljoen marktwaarde komt te vervallen. Tegelijkertijd wordt in de Wft de ondergrens voor het melden van een substantiële deelneming gesteld op 3% in plaats van 5%. Voorts wordt in 2013 art. 5:25k bis Wft ingevoerd. Dit artikel verplicht het degene die een agenderingsverzoek indient bij een NV of BV die onder het toepassingsbereik van het artikel valt om bij de indiening van het agenderingsverzoek zijn volledige economische belang te vermelden.
Als gevolg van de invoering van de Wet Flex-BV kunnen houders van stemrechtloze aandelen ook het agenderingsrecht hebben. Belangrijker is dat sinds de inwerkingtreding van de Wet Flex-BV, ook de BV beursgenoteerd kan zijn. Dit heeft tot gevolg dat bepalingen als bpb 4.1.6 en 4.1.7 NCGC, art. 49c Wge en art. 5:25k bis Wft ook op een BV van toepassing kunnen zijn. De Wet Flex-BV heeft ook belangrijke wijzigingen gebracht in de convocatieregeling van art. 2:220 jo art. 2:221 BW. Met de implementatiewet naar aanleiding van de herziene Aandeelhoudersrichtlijn werd art. 2:187 BW ingevoerd. In dit artikel is bepaald dat als van de BV (certificaten van) aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, niet art. 2:224a lid 1 BW op de vennootschap van toepassing is, maar art. 2:114a BW.
Op 1 mei 2021 is de Wet tot het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap in werking getreden. De wet voorziet in de mogelijkheid voor het bestuur van beursvennootschappen om in reactie op bepaalde agenderings- en convocatieverzoeken onder voorwaarden een bedenktijd van maximaal 250 dagen in te roepen.
Als gevolg van multiple corporate citizenship en de flexibilisering van het BV recht is het door de jaren heen steeds gecompliceerder geworden om te bepalen welke agenderingsvoorschriften precies van toepassing zijn op een vennootschap waarvan (certificaten van) aandelen zijn genoteerd. In par. 4.3.2 staat een overzicht.