Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.6.3:3.6.3 Vermogenshandhaving (vanaf 1992)
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.6.3
3.6.3 Vermogenshandhaving (vanaf 1992)
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS496590:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 15 november 1989, invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 nieuw B.W. (zesde gedeelte), Stb. 1989, 541.
P. van Schilfgaarde 'Wijziging van Boek 2 door de Invoeringswet Boeken 3-6 NBW, WPNR 1983-5639, p. 71.
Kamerstukken II 1982/83, 17 725, nr. 3.
Ibidem.
Kamerstukken II 1987/88, 17 725, nr. 14.
Zie hierna in hoofdstuk 4, met name 4.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De situatie vanaf 1 januari 1992 tot heden kenmerkt zich door rechtsvormwijziging als vermogenshandhaving. De rechtspersoon bleef voortbestaan. Behoud van rechtspersoonlijkheid derhalve. Er vond geen vermogensovergang onder algemene titel meer plaats.
Wetsontwerp 17 7251 leidde tot wijzigingen in onder meer Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de invoering van de Boeken 3 tot en met 6 Burgerlijk Wetboek. De regeling voor rechtsvormwijziging van en in een kapitaalvennootschap werd nu dezelfde als voor de andere wijzen van rechtsvorm-wijziging.
De cooperatieve vereniging en onderlinge waarborgmaatschappij werden niet langer als een vorm van vereniging behandeld maar zijn dan al een zelfstandige rechtsvorm. Toen een cooperatie en een onderlinge waarborgmaatschappij als een vorm van vereniging werden behandeld, konden zij door middel van statutenwijziging een wijziging bewerkstelligen tussen deze vormen. Nu ze als afzonderlijke rechtsvorm beschouwd worden, dient wijziging plaats te vinden door middel van rechtsvormwijziging.
Een ware revolutie in het denken over rechtsvormwijziging vond plaats. Er kwam namelijk ruimte voor vrijwillige rechtsvormwijziging. De zelfstandige identiteit van de rechtspersoon werd gerelativeerd.2 De regeling van rechtsvormwijziging kreeg een vaste plaats in de algemene bepalingen. Aangezien vrijwillige rechts-vormwijziging niet mogelijk was, betekende dit dat een situatie gecreëerd moest worden die in strijd was met de wet. Dat nu wilde men voorkomen.3
Rechtspersonen kunnen zich op de grens van twee rechtsvormen bevinden. Er was geen reden om dergelijke rechtsvormen te verbieden van rechtsvorm te wijzigen. De mogelijke werkzaamheden van de rechtsvorm vereniging en stichting maar ook de cooperatie en besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid groeiden meer naar elkaar toe. Omdat een vereniging al van rechtsvorm gewijzigd kon worden in een cooperatie en omgekeerd, was er weinig reden rechts-vormwijziging tussen verenigingen en stichtingen of tussen cooperaties en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid te belemmeren. De mogelijkheid van omzetting in 1976 van een cooperatie in een vereniging had geen ongewenste gevolgen gehad.
Ter vereenvoudiging van de wet werd in artikel 18 een algemene regeling voor alle rechtsvormwijzigingen opgenomen. Er was een specifieke regeling voor kapitaalvennootschappen. Uit de voorgestelde regeling bleek dat rechtsvormwijziging mogelijk werd gemaakt voor verwante rechtsvormen. Verwant zijn verenigingen en stichtingen maar ook cooperaties en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en naamloze vennootschappen. Andere vormen van rechts-vormwijziging zijn dan (nog) uitgesloten, zoals van een stichting naar een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.4 Gedacht werd dat geen behoefte zou zijn aan dergelijke wijzigingsvormen. Op grond van de vierde nota van wijziging5 werd echter rechtsvormwijziging in alle rechtsvormen mogelijk gemaakt.
Als ik de historie van rechtsvormwijziging overzie, kom ik tot de conclusie dat de huidige wettelijke regeling een heldere regeling geeft. Er is sprake van een rechtsfiguur die de wijziging van rechtsvorm mogelijk maakt met behoud van rechtspersoonlijkheid. Een generieke regeling geldt voor privaatrechtelijke rechtspersonen. Specifieke problemen doen zich voor, zoals de vermogensklem bij rechts-vormwijziging van stichtingen.6 Vanwege de bijzondere rechtsvorm is in het Duitse recht de stichting uitgesloten van de mogelijkheid tot rechtsvormwijziging.