Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.5.1:3.5.1 Definitie stichting
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/3.5.1
3.5.1 Definitie stichting
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS494218:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Wet op stichtingen werd gelijktijdig voorbereid met de totstandkoming van een nieuw Burgerlijk Wetboek. De regering wenste echter dit nieuwe wetboek niet af te wachten maar wilde voortgang maken met een Wet op stichtingen aangezien:
` (...) het langer ongeregeld laten van de materie van de stichting te grote rechtsonzekerheid omtrent verschillende facetten der stichting bestendigt en dat deze rechtsonzekerheid uit een oogpunt van algemeen belang niet aanvaardbaar is te achten. '1
Uit de rechtsliteratuur volgde dat een stichting een drietal kenmerken had2, te weten afzondering van een vermogen, aanwijzing van een bepaald doel en aanwezigheid van een organisatie. In de praktijk miste het vereiste van vermogensafzondering reële navolging. De keuze voor deze rechtsvorm moest zijn ingegeven op basis van de volgende uitgangspunten:
`Voor de behartiging van commerciële doeleinden staan vormen van rechtspersoonlijkheid als die der naamloze vennootschappen en cooperatieve verenigingen ter beschikking; voor organisaties, die samenwerking van personen voor niet-commerciële doeleinden beogen, kan men van de vorm der vereniging gebruik maken. De wet geeft voor deze rechtspersonen allerlei dwingende voorschriften in het algemeen belang en in het belang van derden. Men zal deze voorschriften niet mogen kunnen ontgaan door het kiezen van de stichtingsvorm.'3
De wet gaf de materiële kenmerken aan waaraan een stichting moest voldoen. Een keuze van rechtsvorm was geen gangbare gedachte. De identiteit van de rechtspersoon werd mede door haar rechtsvorm bepaald. De rechtspersoon waarvan vorm en benaming niet overeen kwamen, werd in het voortbestaan bedreigd. Vanwege de betrokkenheid van de notaris, werd nakoming van de wettelijke bepalingen gewaarborgd.4 In het Ontwerp van wet werd in artikel 15 de volgende definitie van een stichting gegeven:
`Een stichting is een door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon, welke beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een niet op winst gericht doel te verwezenlijken. Een stichting kent geen leden.'
Bij de tweede nota van wijzigingen6 werd het element van het niet op winst gericht zijn als stichting uit de definitie verwijderd omdat dit element geen essentiële betekenis voor een stichting had. De criteria van een stichting dienden zo beperkt mogelijk te zijn.7
De definitie van een stichting8 werd als volgt:
`1. Een stichting is een door een rechtshandeling in het leven geroepen rechtspersoon, welke geen leden kent en beoogt met behulp van een daartoe bestemd vermogen een bepaald doel te verwezenlijken.
( ..)
3. Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een ideële of sociale strekking hebben.'
Deze wijziging betekende dat lid 3 van dat artikel geen onderdeel meer uitmaakte van de definitie 'stichting'.