Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.3.2.1
4.3.2.1 Geadresseerd aan de lidstaten
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS398469:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hieromtrent uitgebreid Vogt 2005, p. 60 e.v.
Zie Von Bogdandy e.a. 2004, p. 101.
Zie omtrent deze categorie besluiten ook Mager 2001.
Zie hieromtrent Von Bogdandy e.a. 2004, p. 99-100.
Zie bijvoorbeeld artikel 57 van de Beschikking nr. 573/2007 (EVF).
Zie hieromtrent Bast 2012, p. 886; Von Bogdandy e.a. 2004, p. 103-106.
Zie het Besluit nr. 1720/2006 (Een Leven Lang Leren) en het Besluit nr. 1719/2006 (Jeugd in Actie). Ook in daaraan voorafgaande programmaperioden kwam dit voor. Zie bijvoorbeeld het Besluit van de Raad van 26 april 1999 tot vaststelling van de tweede fase van het communautaire actieprogramma inzake beroepsopleiding 'Leonardo da Vind', Pb. 1999, L 146/33.
Zie ook Von Bogdandy e.a. 2004, p. 104 die aangeven dat 'this unprincipled classification of decisions/Beschlul3 as acts 'sui generis' has contributed considerably to the perception of a general fuzziness of Union law.'
Zie ook Von Bogdandy e.a. 2004, p. 104.
Zie hieromtrent ook Chalmers/Davies/Monti 2010, p. 99; Von Bogdandy e.a. 2004, p. 105. Dit volgt ook uit HvJEG 30 mei 1989, 242/87 (Erasmus), Jur. 1989, p. 1425 waarin het ging om het programma Erasmus (een van de voorlopers van een Leven Lang Leren) dat was neergelegd in een besluit zonder geadresseerden. Het HvJEG oordeelt dat de Raad besluiten mag vaststellen die voorzien in communautaire acties die de lidstaten tot samenwerking verplichten (r.o. 11).
Bij een Europees besluit in de zin van artikel 249 EG-verdrag en artikel 288 VWEU wordt al snel gedacht aan een besluit van een Europese instelling geadresseerd aan een particulier, vergelijkbaar met de Nederlandse beschikking.1 Dergelijke besluiten komen met name voor in het mededingingsrecht.2 Ook in het Europese subsidierecht komen deze besluiten voor, namelijk indien de Europese Commissie direct een Europese subsidie verstrekt, zonder tussenkomst van nationale uitvoeringsorganen.
In het kader van de Europese subsidies die door nationale uitvoeringsorganen worden verstrekt, geldt dat de Europese instellingen alleen besluiten nemen die aan de lidstaten zijn geadresseerd.3 Deze besluiten staan dan ook centraal in deze paragraaf. Daarbij gaat het niet alleen om besluiten in het concrete geval gericht tot een individuele lidstaat (paragraaf 4.3.2.2), maar ook om besluiten van algemene strekking gericht tot alle lidstaten (paragraaf 4.3.2.3). Het Europese besluitbegrip omvat dus veel meer dan de beschikking zijnde een besluit in het concrete en individuele geval.4
Europese besluiten die zijn gericht tot de lidstaten zijn op grond van zowel artikel 249 EG-verdrag als artikel 288 VWEU alleen voor hen verbindend. Dat een Europees besluit is geadresseerd aan de lidstaat blijkt doorgaans uit een van de in het besluit neergelegde bepalingen.5 Het komt echter ook voor dat een Europees besluit geen geadresseerden kent; het betreft de in de vorige paragraaf genoemde besluiten 'sui generis'.'6Het gaat in dat geval om besluiten van algemene strekking van het Europees Parlement en de Raad waarin ook bepalingen zijn neergelegd die zijn gericht tot de Europese Commissie. In de programmaperiode 2007-2013 kennen de Europese besluiten die in het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie zijn vastgesteld bijvoorbeeld geen expliciete geadresseerde.7 De vraag rijst voor wie deze besluiten verbindend zijn.8 Op grond van het meermalen genoemde artikel 249 EG-verdrag kan een besluit immers alleen verbindend zijn voor degenen tot wie zij uitdrukkelijk is gericht. Onder het nieuwe artikel 288 VWEU is het wel mogelijk dat ook besluiten worden vastgesteld die geen specifieke geadresseerden kennen; in dat geval zijn zij voor een ieder verbindend. In de huidige programmaperiode is dat nog geen geldend recht. Uit de redactie van voormelde besluiten kan echter worden opgemaakt dat veel bepalingen daaruit tot de lidstaten zijn gericht. Voorts zijn de besluiten gepubliceerd in de L-reeks van het Publicatieblad van de EU. Er is derhalve bedoeld bindende kracht aan deze besluiten toe te kennen.9 Gelet op deze omstandigheden gaat het mijns inziens om besluiten die niet alleen de EU als zodanig binden, maar ook de lidstaten als onderdeel van de Eu.10 In deze paragraaf wordt er derhalve van uitgegaan dat de besluiten in het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie zijn geadresseerd aan de lidstaten. Deze besluiten worden derhalve ook in paragraaf 4.3.2.3 behandeld.