Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.2.3.2:4.2.3.2 Vermogenstoename door ontstaan deelgerechtigdheid
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.2.3.2
4.2.3.2 Vermogenstoename door ontstaan deelgerechtigdheid
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS500133:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de aantekening van de redactie van Vakstudie Nieuws bij een voorloper van het Besluit van 9 maart 2006, nr. CPP2005/2571M, BNB 2006/126, te weten het besluit van 27 mei 2004, nr. CPP2004/112M, V-N 2004/3015.
Zie de aantekening van de redactie van Vakstudie Nieuws in V-N 6 april 1995, p. 1233.
B. Snijders-Kuipers, ‘Vermogensklem bij omzetting van stichtingen’, TvOB 2008, 2, p. 53-54.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Staatssecretaris van Financiën merkt in onderdeel 3b van het Besluit van 9 maart 2006, nr. CPP2005/2571M, BNB 2006/146 het volgende op:
‘Bij de omzetting kan zich de situatie voordoen dat de gerechtigdheid van de deelgerechtigden tot het vermogen van de omgezette rechtspersoon na de omzetting anders is dan vóór de omzetting, dan wel dat pas na de omzetting deze deelgerechtigdheid ontstaat. Afhankelijk van de rechtsbetrekking waarin deze deelgerechtigden vóór de omzetting tot de om te zetten rechtspersoon stonden, zal een vermogenstoename in de heffing dienen te worden betrokken, hetzij als winst uit onderneming, hetzij als loon, hetzij als resultaat uit een werkzaamheid, dan wel als schenking.’
Een nadere toelichting op deze – volgens de redactie van Vakstudie Nieuws enigszins cryptische – mededeling ontbreekt.1 De Staatssecretaris van Financiën verzuimt zelfs aan te geven op welke omzettingen het bovenstaande van toepassing is. Naar ik aanneem, ziet bovenstaande mededeling mede op de omzetting van een stichting in een BV. Dat valt ook op te maken uit de aantekening van de redactie Vakstudie Nieuws bij een in de publiciteit geraakte beschikking inzake een omzetting van een stichting in een BV. Volgens de redactie heeft de staatssecretaris voor deze omzetting expliciet laten weten dat een acute heffing van loon- en/of inkomstenbelasting dan wel schenkingsrecht mogelijk is ‘afhankelijk van de relatie van de aandeelhouders in de vennootschap tot de om te zetten stichting’.2
Bij de omzetting van een stichting in een BV lijkt van een vermogenstoename in de zin van bovenstaande mededeling slechts sprake te kunnen zijn in de situatie waarin de in het kader van deze omzetting uitgegeven aandelen recht geven op (de vruchten van) het voormalige stichtingsvermogen. Dat is waarschijnlijk binnen het systeem van Boek 2 BW een zeldzame situatie omdat op grond van in paragraaf 2.8.7.3 hiervóór besproken civielrechtelijke jurisprudentie de groep van personen die aanmerking komt voor dergelijke aandelen zeer beperkt is. In andere gevallen is van een vermogenstoename bij de aandeelhouder(s) rechtens géén sprake. Ik memoreer in dit verband de uitspraak van Rechtbank Arnhem van 14 mei 1992, NJkort 1992, 45 (Stichting Werkpool Nijmegen II) en Rechtbank Zwolle van 12 november 2003, nr. HARK03-61, JOR 2004/68 (Stichting Het Gastouderbureau). In deze twee zaken wenste(n) de bestuurder(s) van de stichting na de omzetting in een BV aandeelhouder(s) te worden. Dat is volgens beide rechtbanken slechts mogelijk indien de BV een statutaire reserve, betrekking hebbend op het voormalige stichtingsvermogen alsmede de vruchten daarvan, aanhoudt die wordt besteed conform de ‘leefregel’ van de stichting. Deze oplossing voorkomt dat de voormalige bestuurder(s) van de stichting zich in hoedanigheid van aandeelhouder het voormalige stichtingsvermogen alsmede de vruchten daarvan kunnen toe-eigenen. Ergo: géén vermogenstoename. Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat zich in de praktijk een vermogenstoename kan voordoen in strijd met de vermogensklem van art. 2:18 lid 8 BW. De problemen rondom de handhaving van de vermogenklem getuigen daarvan.3
De vraag rijst of, en zo ja op welke wijze, een eventuele vermogenstoename in de vorm van volgestorte aandelen in de heffing van loon- en inkomsten-, vennootschapsbelasting kan worden betrokken. Dit dient zelfstandig te worden beoordeeld nu de uitkeringsfictie niet van toepassing is op degenen die aandelen krijgen uitgereikt (zie par. 4.2.3.1 hiervóór). Hieronder ga ik daarop in, waarbij ik een onderscheid maak tussen aandeelhouders natuurlijke personen (par. 4.2.3.3) en aandeelhouders vennootschapsbelastingplichtige lichamen (par. 4.2.3.4). Of de uitreiking van aandelen een belaste schenking kan zijn, ga ik in in paragraaf 4.2.4.1.