Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.2.5
5.2.5 Accountantsorganisatie-personenvennootschap
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS298108:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Er stonden op 22 juni 2017 325 accountantsorganisaties ingeschreven in het register van de AFM. Dit betreft 253 rechtspersonen en 72 personenvennootschappen/eenmanszaken. De 253 rechtspersonen zijn vrijwel allemaal BV’s en NV’s, er is sprake van 3 coöperaties en 1 stichting.
HR 15 maart 2013, NJ 2013/290, r.o. 3.4.2.
‘Vorderingen uit een overeenkomst die met een maatschap is aangegaan, kunnen ook worden ingesteld tegen de maatschap als zodanig (en in dat geval bij toewijzing worden verhaald op het vermogen van de maatschap, dat een afgescheiden vermogen vormt [..]). Aangezien een maatschap geen rechtspersoonlijkheid heeft, dienen dergelijke vorderingen te worden ingesteld tegen de gezamenlijke (rechts) personen die ten tijde van de dagvaarding maat zijn. Zoals is aanvaard in HR 5 november 1976, LJN AB7103, NJ 1977/586(Moret Gudde Brinkman), kan in de dagvaarding worden volstaan met vermelding van de naam van de maatschap indien de gezamenlijke maten onder die naam op voor derden duidelijk kenbare wijze aan het rechtsverkeer deelnemen. De mogelijkheid om aldus de maatschap in rechte te betrekken doet niet af aan de daarnaast bestaande (en eventueel daarmee te combineren) mogelijkheid om de individuele (rechts)personen die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst maat waren, in rechte te betrekken ter zake van hun hiervoor genoemde persoonlijke aansprakelijkheid’, HR 15 maart 2013, NJ 2013/290, r.o. 3.4.2.
HR 15 maart 2013, NJ 2013/290, r.o. 3.4.2.
HR 15 maart 2013, NJ 2013/290, r.o. 3.4.2. De persoonlijke aansprakelijkheid jegens de contractuele wederpartij op grond van deze artikelen blijft bestaan indien de maat uittreedt.
Indien artikel 7:407 lid 2 BW niet van toepassing is uitgesloten, betekent dit dat bij een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht ter zake de wettelijke controle, de maten aansprakelijk zijn voor het geheel (artikel 7:407 lid 2 BW). Er is de nodige discussie over artikel 7:407 lid 2 BW, zie onder andere: HR 15 maart 2013, NJ 2013/290, Van Tuyll van Serooskerken (2017), p. 130 e.v., Rammeloo & Hendriksen (2017), p. 146 e.v.
Tervoort, in: GS Personenassociaties, 3.3.7.1 Maatschap.
In het voorgaande is uitgegaan van een accountantsorganisatie-rechtspersoon.1 Uit het register accountantsorganisaties van de AFM blijkt echter dat er ongeveer tweeënzeventig accountantsorganisatie-personenvennootschappen zijn. Er is sprake van tweeënzestig maatschappen, zeven eenmanszaken en drie vennootschappen onder firma.2
Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht
De individuele maten van een accountantsorganisatie-maatschap zijn jegens de opdrachtgever persoonlijk aansprakelijk voor de nakoming van de uit de overeenkomst van opdracht3 voortvloeiende verplichtingen van de accountantsorganisatie-maatschap.4 De benadeelde kan bij wanprestatie de gezamenlijke maten van een accountantsorganisatie-maatschap5 aanspreken (met verhaal op het maatschapsvermogen) en/of de individuele (rechts)personen die ten tijde van het aangaan van de overeenkomst van overeenkomst maat waren (met verhaal op hun privévermogens).6
De hoofdregel is dat de maten van een accountantsorganisatie-maatschap aansprakelijk zijn voor gelijke delen (artikel 7A:1679-1681 BW). Is sprake van een overeenkomst van opdracht ter zake de wettelijke controle met een accountantsorganisatie-maatschap, dan kan op grond van artikel 7:407 lid 2 BW iedere maat jegens de opdrachtgever aansprakelijk zijn voor het geheel.7 Artikel 7:407 lid 2 BW is echter van regelend recht en in artikel 1 f van het model Algemene voorwaarden van NBA is het artikel uitdrukkelijk van toepassing uitgesloten.8
Onrechtmatig handelen
Indien één van de maten van een accountantsorganisatie-maatschap een onrechtmatige daad pleegt, zijn de andere maten extern jegens de benadeelde aansprakelijk voor gelijke delen, wanneer de door de betreffende maat gepleegde onrechtmatige daad kan worden toegerekend aan de maatschap (artikel 7A:1679 BW). Algemeen wordt aanvaard dat een onrechtmatige daad aan een maatschapkan worden toegerekend, indien een maat een onrechtmatige daad heeft gepleegd in het kader van zijn functioneren als maat. Het criterium daarbij is of de handeling in het maatschappelijk verkeer als een gedraging van de maatschap heeft te gelden.9 Indien een accountant als maat van een accountantsorganisatie-maatschap controlewerkzaamheden verricht en hierbij een onrechtmatige daad pleegt bestaande uit een schending van de zorgplicht van de accountant om te handelen als een redelijk handelende en redelijk bekwame extern controlerende accountant, is mijns inziens sprake van een handeling die in het maatschappelijk verkeer als een gedraging van de maatschap heeft te gelden.